De Staat van productveiligheid in het kort

Consumenten, jong en oud, komen 24 uur per dag in aanraking met een groot aantal non-food consumentenproducten. Non-food consumentenproducten worden verder in het rapport aangeduid met consumentenproducten of producten. In de meeste gevallen gaat dat goed. Maar de ervaring leert dat de consument toch gezondheidsschade kan ondervinden. Dit ondanks de inspanningen van het bedrijfsleven, de overheid en consumenten om de veiligheid van de consumentenproducten te waarborgen. Dit leidt tot de vraag: hoe veilig zijn consumentenproducten in Nederland? Deze Staat van productveiligheid geeft hier een antwoord op.

Productveiligheid betreft de mogelijke risico’s die het gebruik van een consumentenproduct met zich mee kan brengen. Een consumentenproduct is volgens de wet veilig Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid. wanneer het bij normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden geen enkel risico oplevert. Hieronder vallen ook gebruiksduur en eventueel ingebruikneming, installatie en onderhoudseisen. Een product is ook veilig als er slechts beperkte risico’s zijn: risico’s die aanvaardbaar en verenigbaar zijn met het beoogd gebruik van het product en die de gezondheid en de veiligheid van personen niet schaden. Deze Staat van productveiligheid beschrijft wat het thema productveiligheid voor de NVWA als toezichthouder inhoudt, welke partijen verantwoordelijk zijn voor het produceren en het gebruik van veilige consumentenproducten en welke risico’s er zijn op het gebied van consumentenproducten.

Conclusie

De Staat van productveiligheid beschrijft het stelsel productveiligheid met zijn wet- en regelgeving, actoren en verantwoordelijkheden van deze actoren. Deze uitgebreide wet- en regelgeving is gericht op het beheersen van bekende risico’s, het reageren op concrete signalen van onveilige consumentenproducten én op het signaleren van mogelijke nieuwe risico’s in een dynamische en innovatieve markt. Er is sprake van een robuust en flexibel stelsel met heldere verantwoordelijkheden als het gaat om de beheersing van deze risico’s.

Hoe veilig zijn consumentenproducten die op de Nederlandse markt komen? Door middel van indicatoren geeft dit rapport een aanzet om te kwantificeren in hoeverre er veilige en onveilige consumentenproducten in de handel zijn. Deze indicatoren laten zien dat het overgrote deel van de consumentenproducten veilig kan worden gebruikt door consumenten maar dat er, ondanks inspanningen van het bedrijfsleven, de overheid en consumenten, toch onveilige consumentenproducten op de Nederlandse markt komen.
Op basis van de beschikbare gegevens (uit letselregistraties, eigen inspecties, meldingen, et cetera) heeft de NVWA een goed beeld van de productgroepen die mogelijk acute gezondheidsschade opleveren, van welke consumentenproducten het risico op (gezondheids)schade het grootst is en van de ontwikkelingen die daarbij een rol spelen. Voor productgroepen die bij gebruik mogelijk langetermijn-gezondheidsschade opleveren is dit niet aan te geven. 100% veiligheid kan het stelsel van productveiligheid met zijn uitgebreide wet- en regelgeving, veelheid aan actoren en diversiteit aan verantwoordelijkheden niet garanderen. De NVWA intervenieert daar waar de kans op onveilige producten het grootst is en het toezicht het meest effectief.

Productveiligheid kenmerkt zich door een breed scala aan consumentenproducten, grote volumes, hoge omzetsnelheden en veel productinnovatie. Voor de NVWA betekent dat: prioriteiten, toezichtmethoden en werkwijzen aanpassen aan de wisselingen in de markt en de  toegenomen complexiteit van de markt. Maar de NVWA is als toezichthouder onderdeel van een breder maatschappelijk krachtenveld dat van invloed is op de veiligheid van consumentenproducten. Met deze Staat van productveiligheid informeren we andere actoren om hun rol en bijdrage in het geheel op te pakken.

Veiligheid van consumentenproducten in perspectief

Volksgezondheid is een publiek belang Publieke belangen zijn belangen waarvan borging door de overheid wenselijk is. Er zijn meer definities (zie bijvoorbeeld WRR rapport 89 ‘toezien op publieke belangen’). dat geborgd moet worden. Bekijk > Het bedrijfsleven en de overheid zorgen er elk vanuit hun eigen rol voor dat er veilige consumentenproducten op de markt worden aangeboden.

De NVWA beschrijft aan de hand van een aantal indicatoren hoe het staat met de veiligheid van consumentenproducten in Nederland. Die indicatoren zijn:

Gezondheidsschade gerelateerd aan het gebruik van consumentenproducten

Het gebruik van onveilige producten kan leiden tot acute of langetermijn-gezondheidsschade. Acute letsels en de daarbij betrokken consumentenproducten worden gericht geregistreerd. De factor gedrag speelt sterk mee bij het ontstaan van deze letsels. Gezondheidsschade op lange termijn is moeilijk meetbaar (moeilijk te onderscheiden van schade door andere factoren zoals milieu, voeding of infecties) en meestal niet te koppelen aan een specifiek product of specifieke stof. Hierdoor zijn er geen of nauwelijks registraties beschikbaar van langetermijneffecten van onveilige producten.

Diverse instanties registreren ongevallen waarbij consumentenproducten in het geding zijn geweest en de daaruit voortvloeiende gezondheidsschade. Op basis van deze registraties is een indicatie van de mate van veiligheid van consumentenproducten op de Nederlandse markt mogelijk.

Instanties die ongevallen met gezondheidsklachten en ongevalsmeldingen over consumentenproducten registreren

Ongevalscijfers van consumentenproducten

Om een indruk te krijgen van de omvang van deze negatieve effecten van consumentenproducten wordt hieronder een samengesteld overzicht gegeven van beschikbare registraties van ongevallen met, en gezondheidsklachten en ongevalsmeldingen over consumentenproducten.

Er worden door diverse partijen, onafhankelijk van elkaar, gegevens hierover bijgehouden:

  • in het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL staan slachtoffers geregistreerd die na een ongeval zijn behandeld op de Spoedeisende Hulp (SEH)- afdelingen van ziekenhuizen.
  • de Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland (VSBN) houdt het aantal brandwondenbehandelingen bij.
  • het Nationaal Vergiftigingsinformatiecentrum (NVIC) houdt alle vragen en meldingen van artsen van vergiftigingsgevallen (intoxicaties) bij.
  • het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft tot en met 2014 gefungeerd als meldpunt voor gezondheidsklachten van consumenten over cosmetica.
  • verder zijn er gegevens gebruikt uit de monitor Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), De OBiN-registratie loopt tot en met 2014, daarna is het de Leefstijlmonitor geworden. dat ongevallen en letsels in de privésfeer registreert die zijn opgetreden tijdens het sporten, in het verkeer en tijdens het werk.

Deze registraties tezamen geven een beeld van de aard en omvang van ongevallen, klachten en meldingen en de producten die daarbij betrokken zijn. Het is echter geen volledig beeld omdat de registraties zich beperken tot bijvoorbeeld behandelingen in ziekenhuizen of vragen/meldingen van huisartsen. Door consumenten zelf behandelde letsels en de bijna-ongevallen worden niet geregistreerd. Verder beperken de registraties zich tot ongevallen waarbij acute schadelijke effecten zijn opgetreden en waarbij hulpverlening wordt ingeschakeld. Ongevallen waarbij langetermijneffecten kunnen optreden, zoals blootstelling aan kankerverwekkende stoffen of stoffen die allergische reacties veroorzaken, worden meestal niet herkend en dus niet geregistreerd.

De NVWA krijgt via haar meldkamer vragen en meldingen binnen van consumenten over producten die al dan niet gefaald hebben, maar ontvangt doorgaans geen ongevalsmeldingen (dat is voor consumentenproducten niet verplicht). Zij houdt zelf geen registratie bij van ongevallen, gezondheidsklachten en ongevalsmeldingen. Voor het verkrijgen van deze gegevens werkt ze daarom samen met de hierboven genoemde organisaties.

Voor een kennisgedreven toezichthouder zijn goede en betrouwbare ongevalsgegevens die te relateren zijn aan de rol van het product van belang, omdat ze een indicatie geven van mogelijke problemen met de veiligheid van producten.

Acute gezondheidsschade

Bij een beperkt deel van het aantal jaarlijkse dodelijke ongevallen (4.100) en gewonden (1,2 miljoen) in de privésfeer zijn consumentenproducten betrokken. Hoe beperkt dit deel is, is niet te kwantificeren.

Tabel VeiligheidNL

Aantal gewonden en doden door een ongeval in de privésfeer

Tabel 38 Jaarlijks gemiddeld (2006-2014) lopen ruim 1,2 miljoen personen een letsel op door een ongeval in de privésfeer.

Bron: Ongevallen en Bewegen in Nederland 2006-2014, VeiligheidNL.

Tabel 39 Het aantal overledenen naar aanleiding van een privé-ongeval was in 2015 volgens het CBS 4.129. Onderstaande tabel geeft de diverse doodsoorzaken weer (voor zover bekend).

Bron: Doodsoorzakenstatistiek 2015, Centraal Bureau voor de Statistiek.

Uit analyse van de ongevalsregistraties (tabel 39) blijkt dat er in 2015 ruim 4100 personen zijn overleden als gevolg van een ongeval in de privésfeer. Centraal Bureau voor de Statistiek: Doodsoorzakenstatistiek 2015. Dit zijn ongevallen in huis, in openbare gebouwen, op straat of tijdens vrijetijdsbesteding (dus niet in het verkeer of op het werk). Bij een beperkt deel daarvan is een consumentenproduct direct betrokken, of de oorzaak van het ongeval. Daarnaast lopen jaarlijks gemiddeld ruim 1,2 miljoen mensen een letsel op ten gevolge van een privéongeval. VeiligheidNL: Ongevallen en Bewegen in Nederland 2006-2014. Dit zijn alle privéongevallen, ongeacht of er een consumentenproduct bij betrokken is.

De NVWA heeft de registraties van ongevallen geanalyseerd waarbij een aantal specifieke productgroepen (onder andere machines, elektrotechnische apparatuur en kinderartikelen) betrokken zijn. Daaruit blijkt dat bij 60 – 80% van deze ongevallen de oorzaak van het ongeval een verkeerd en onzorgvuldig gebruik van het consumentenproduct is. Deze registraties laten niet zien welk deel van de resterende 20 tot 40% is toe te schrijven aan productfactoren als een onveilig consumentenproduct of andere factoren zoals omgevingsfactoren en lichamelijke factoren. De informatie uit de analyse laat zien dat van de bovengenoemde 20 – 40%, maximaal 20 – 50% van de ongevallen gerelateerd aan consumentenproducten, toe te schrijven is aan onveilige consumentenproducten.

Rol van het consumentenproduct

De rol van het product bij het ongeval

Ongevallen vinden plaats als gevolg van een samenloop van factoren. Productfactoren (zoals eigenschap of gebrek), gedragsfactoren (bijvoorbeeld onvoorzichtigheid of pech), omgevingsfactoren (bijvoorbeeld obstakels of weersomstandigheden) of lichamelijke factoren (zoals vermoeidheid, gezichtsvermogen) spelen in samenhang een rol bij de veiligheid. Figuur 2 Stam, C., Fabrie, M.: Ongevallen met speelgoed: een analyse van toedrachten. VeiligheidNL, augustus 2013. toont een overzicht van de oorzakelijke factoren, gebaseerd op SEH-behandelingen voor speelgoed als voorbeeld.

SEH-behandelingen naar type oorzaak meest genoemde oorzakelijke factoren: Speelgoed (%) (VeiligheidNL, 2013)
Figuur 2 SEH-behandelingen voor speelgoed, verdeeld naar meest genoemde oorzakelijke factoren (%) (VeiligheidNL, 2013).

Hieruit blijkt dat bij speelgoed in 25% van de SEH-behandelingen het product volgens het slachtoffer een rol speelde bij de oorzaak van het behandelde letsel. Dat wil nog niet zeggen dat het product zelf onveilig is. Het percentage SEH-behandelingen als gevolg van onveilige producten ligt dus lager, maar op basis van huidige beschikbare gegevens is niet te bepalen hoeveel lager.
Ook voor een aantal andere productgroepen (onder andere machines, elektrotechnische apparatuur en kinderartikelen) heeft VeiligheidNL een nadere analyse uitgevoerd naar de mate waarin ongevallen door producten worden veroorzaakt. Cotterink, M., Draisma, C.: Risicovolle consumentenproducten, VeiligheidNL, maart 2015 en update tabellen oktober 2016. De percentages lopen uiteen van 20 tot 40%. Met inachtneming van de opmerking hiervoor geeft dit percentage een indicatie van de staat van de veiligheid van consumentenproducten, voor het deel van producten dat in ongevalregistraties is opgenomen. Dit percentage betreft alleen het aantal geregistreerde ongevallen en zegt niets over het percentage producten betrokken bij een ongeval ten opzichte van het totaal aantal verhandelde producten. Dat zal, gelet op de omvangrijke non-food productstroom, aanzienlijk lager zijn.
Het aantal ongevallen als gevolg van onveilige producten -en daarmee de negatieve maatschappelijke gevolgen- kan worden gereduceerd door verhoging van de veiligheid van de producten.

Deze analyse kan ook worden geëxtrapoleerd naar alle geregistreerde ongevallen met letsel. Uit tabel 1 en 2 blijkt dat er per jaar 200.000 geregistreerde ongevallen met letsel zijn, waarvan dus naar schatting 120.000 - 160.000 toe te schrijven is aan het verkeerd of onzorgvuldig gebruik van het betreffende consumentenproduct. De overige ongevallen (40.000 - 80.000 ongevallen) zijn toe te schrijven aan omgevingsfactoren, lichamelijke factoren en productfactoren, waarvan een gedeelte (20 – 50%) aan productfalen. Hiervan uitgaande is maximaal 20.000 – 40.000 van deze ongevallen toe te schrijven aan een onveilig product.

Bovenstaande analyses zijn afgeleid van registraties van behandelingen op de Spoedeisende Hulp (SEH) na ongevallen waarbij een consumentenproduct is betrokken. Door consumenten zelf behandelde letsels zijn niet geregistreerd. Het aantal bij deze ongevallen betrokken consumentenproducten is een fractie van het totaal aantal in Nederland verhandelde consumentenproducten. Naar schatting zijn dit er tussen de ruim 700 miljoen en enkele miljarden per jaar (gebaseerd op omzetcijfers in 2015: circa 85 miljard euro).

Lees meer

In Nederland worden steeds meer consumentenproducten via het internet gekocht. De Nederlandse bevolking bestaat uit bijna 17 miljoen mensen, waarvan 96% het internet gebruikt. Van die laatste groep winkelen circa 12 miljoen inwoners online. Ten opzichte van 2014 vertoonde de handel in 2015 een stijging van 17%. De omzet in 2014 is bijna 14 miljard euro, waarvan ongeveer 7,1 miljard aan consumentenproducten. Ecommerce Europe: European B2C e-commerce reports 2014, september 2014; Bekijk > In 2015 is dit ruim 16 miljard euro, waarvan 8 miljard aan consumentenproducten. Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2016. Met een aandeel van online aankopen van 19% (2015) binnen het totale marktsegment komt de totale omzet in retail consumentenproductenin 2015 op bijna 85 miljard euro. Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2016.

VeiligheidNL VeiligheidNL is een instituut met veel deskundigheid op het gebied van ongevallen en veilig gedrag, en zorgt voor monitoring van ongevallen; Bekijk de website > heeft op verzoek van de NVWA op basis van letsel- en meldingenregistraties de belangrijkste gezondheidsgevaren benoemd. Het gaat hier veelal om acute gezondheidsgevaren. De top 3 bestaat uit letsels en meldingen ten gevolge van:

De belangrijkste oorzaken van ongevallen

VeiligheidNL heeft op verzoek van de NVWA op basis van eerder genoemde registraties van ongevallen die zijn gerelateerd aan consumentenproducten, een top 7 samengesteld van gezondheidsgevaren of bedreigingen waaraan een consument wordt blootgesteld en het totaal aantal geregistreerde ongevallen en meldingen waarbij het genoemde gevaar tot uiting is gekomen (zie tabel 1). Cotterink, M., Draisma, C.: Risicovolle consumentenproducten, VeiligheidNL, maart 2015 en update tabellen 1 en 2 in oktober 2016. Daarvoor is gebruik gemaakt van haar eigen registraties en die van anderen.

Tabel 1 Gezondheidsgevaren waarbij jaarlijks de meeste letsels worden gemeld of geregisteerd.

(VeiligheidNL, 2015).

De ongevalscijfers worden uitgedrukt in aantallen slachtoffers die door de Spoedeisende Hulp (SEH)-afdeling in een ziekenhuis zijn geregistreerd of waarover door een arts contact is geweest met het NVIC. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de ongevalsregistraties voornamelijk betrekking hebben op acute effecten en zeer beperkt op chronische of langetermijneffecten. Deze laatste zijn vaak lastig vast te stellen en worden daardoor ook niet systematisch bij gehouden.

Een nadere detaillering van de gegevens laat zien dat niet-gemotoriseerde vervoersmiddelen (onder andere vallen van fiets), sportartikelen (in aanraking komen met bewegende delen/objecten) en cosmetica (overgevoeligheidsreacties) de meest voorkomende consumentenproducten zijn die in de privésfeer leiden tot gezondheidsschade.

De belangrijkste risicoproducten

In tabel 2 wordt per soort gezondheidsgevaar aangegeven welke productgroepen de grootste aantallen slachtoffers tot gevolg hadden. In de laatste 2 kolommen worden indicaties gegeven van de ernst van het ongeval. Daarbij wordt voor de 2 hoogste letselniveaus weergegeven wat het percentage slachtoffers is in de grootste doelgroep. Van de gezondheidsrisico’s van de consumentenproducten waarvan vragen/meldingen bij het NVIC (over vergiftigingen) of cosmeticaklachten (over overgevoeligheidsreacties en allergische reacties) zijn geregistreerd, is geen ernst van het letsel bekend.

Uit de tabel blijkt dat de grootste risicogroep bij de meeste producten weliswaar de leeftijdsgroep van 3-14 jaar is, maar de meest ernstige letsels –behalve bij speeltoestellen en baby- en kinderartikelen- vooral voorkomen bij de leeftijdsgroep ouder dan 75 jaar.

Producten kunnen leiden tot meerdere typen gezondheidsgevaren. Wanneer van een productgroep alle aantallen slachtoffers worden opgeteld, dan voeren niet-gemotoriseerde vervoermiddelen, zoals fietsen, skates en rolstoelen de lijst aan, gevolgd door sportartikelen en cosmetica.

Naast de SEH-behandelingen vormen de meldingen van overgevoeligheidsreacties en allergische reacties een substantieel aantal. Cosmetica en tatoeages en piercings worden genoemd als veroorzakers van overgevoeligheidsreacties en allergische reacties.

Tabel 2 Overzicht per gezondheidsgevaar van de productgroepen met de grootste aantallen SEH’s of klachten/meldingen

(VeiligheidNL, 2015)
Langetermijn-gezondheidsschade

De genoemde ongevalscijfers geven geen volledig beeld van de aard en omvang van alle ongevallen en gezondheidsschade. Deze cijfers gaan voornamelijk over acute gezondheidsschade. Langetermijn-gezondheidsschade als gehoorschade, schadelijke effecten bij chronische blootstelling aan chemische stoffen (CMRS), CMRS = aanduiding voor een groep stoffen met de volgende gevaareigenschappen: Carcinogeen (kankerverwekkend), Mutageen (veranderingen in erfelijke eigenschappen inducerend), Reproductief toxisch (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht) en/of Sensibiliserend (leidend tot allergieën). verstoring van de hormoonhuishouding, invloed op het afweersysteem en stralingsschade wordt niet of zeer beperkt meegenomen. Deze laatste vormen van schade worden niet systematisch geregistreerd en zijn ook lastig aan specifieke consumentenproducten toe te schrijven, waardoor de chronische ziektelast niet is te kwantificeren voor productveiligheid. Wel besteden productveiligheidsonderzoeken van kennisinstituten aandacht aan risico’s als langetermijn-gezondheidsschade. Zo doen kennisinstituten veel onderzoek naar de risico’s van chemische stoffen in consumentenproducten, ook in de vorm van nanomaterialen.

De mate waarin consumentenproducten voldoen aan de wettelijke eisen

De NVWA houdt toezicht op naleving van wet- en regelgeving door bedrijven en instellingen, met als uiteindelijke doel het borgen van het publieke belang, in deze de volksgezondheid. Als de naleving niet in orde is, treedt de NVWA handhavend op. De NVWA is een handhavingsorganisatie in de brede zin van het woord. In het kader van handhaven houdt de NVWA toezicht op de naleving van wet en regelgeving door bedrijven en instellingen.

Resultaten uit productgericht toezicht laten zien hoe het staat met de veiligheid van de consumentenproducten en geven inzicht in de mate waarin consumentenproducten voldoen aan de wettelijke eisen. Via productonderzoeken controleert de NVWA of specifieke productgroepen voldoen aan de geldende veiligheidseisen.

Indien noodzakelijk laat de NVWA onveilige consumentenproducten van de markt halen en informeert en waarschuwt het bedrijfsleven en anderen zoals consumenten en andere lidstaten via de Europese Commissie/overheid. Over de resultaten van deze productonderzoeken communiceert de NVWA via factsheets en door de individuele inspectieresultaten actief openbaar te maken. Deze resultaten geven een indicatie hoe het ervoor staat met de veiligheid van de onderzochte consumentenproducten en ze geven inzicht in de mate waarin het bedrijfsleven de verantwoordelijkheid voor productveiligheid oppakt bij het op de markt brengen van consumentenproducten.

Naar aanleiding van productonderzoeken in de periode 2012 – 2015 heeft de NVWA maatregelen zoals schriftelijke waarschuwingen en boetes opgelegd. In deze gevallen moet de ondernemer ook de verhandeling van het product stoppen. Hieronder is per productgroep aangegeven voor welk percentage van het aantal onderzochte productmonsters maatregelen zijn opgelegd.

  aantal monsters aantal maatregelen in %
Gastoestellen (koffermodel gastoestellen) 30 27 90%
Speelgoed 570 108 19%
Tatoeëren en piercen (tatoeagekleurstoffen) 508 95 19%
Chemische stoffen 395 74 19%
Biociden 190 27 14%
Elektrotechnische producten 352 55 16%
Machines  20 3 15%
Cosmetica  304 39 13%

Resultaten toezicht

Tabel Productgericht toezicht periode 2012-2015

Rapportages productgericht toezicht per productgroep in de periode 2012 – 2015

Attractietoestellen

Voor de productgroep attractietoestellen loopt voor de NVWA geen product gericht project.

Baby- en kinderartikelen
  1. Fopspenen

    Na klachten over makkelijk door te bijten materiaal en de zwakke constructie van fopspenen is nader onderzoek verricht. Daaruit bleek dat er sprake was van een nieuwe afwijkende fabricagemethode. Dit onderzoek is medio 2014 uitgevoerd. Bij 1 van de 27 onderzochte merken en typen fopspenen werd één tekortkoming geconstateerd. Bij deze fopspeen scheurde de speen vlakbij het fopspeenschild af waardoor de speen nagenoeg in z’n geheel loskwam van de houder. NVWA: Baby-en kinder artikelen – fopspenen factsheet screening van de markt, april 2015. De producent heeft de veiligheid van het product (merk/type) niet kunnen aantonen en heeft begin februari 2015 een volledige terugroepactie uitgevoerd, en het publiek gewaarschuwd.

  2. Kinderstoelen

    In de periode mei-juli 2015 onderzocht de NVWA 24 kinderstoelen op onder andere vingerbeknelling, op openingen die ervoor zorgen dat een kind eruit kan vallen, en stabiliteit. 10 stoelen voldeden niet aan de gestelde eisen: 1 is instabiel, 3 kunnen vingerbeknelling veroorzaken, 3 hebben openingen waardoor een kind kan vallen en bij 3 ontbreekt de waarschuwing voor ouders om een kind niet alleen te laten in de kinderstoel. Verkoop van deze stoelen is verboden en voor de ene instabiele stoel is een publiekswaarschuwing geëist. NVWA: Kinderstoelen 2015: onderzoek naar de veiligheid van hoge kinderstoelen, januari 2016. De onderzoeksgegevens zijn gepubliceerd op de website van de NVWA

  3. Kinderbedjes

    In de periode 1 januari 2013- 30 april 2015 heeft Prosafe een joint action voor kinderbedjes uitgevoerd. Resultaten lieten zien dat 4 van de 50 onderzochte kinderbedjes niet aan de gestelde eisen voldeden. De deelnemende lidstaten hebben naar aanleiding van de resultaten 22 RAPEX-notificaties verstuurd,  en 24 modellen kinderbedjes teruggeroepen, teruggetrokken of een verkoopverbod ingezet. Tien producten worden aangepast voor verdere verkoop. Prosafe: Joint action 2013 GPSD, Final technical report, cots covering the period 1 january 2013-30 april 2015, February 2016.

Biociden

In de verslagperiode is geen rapportage uitgebracht over een productgericht project. In 2015 is een verkenning uitgevoerd van met biociden behandelde producten. Dit onderwerp krijgt de komende jaren meer aandacht in het toezicht.

Cosmetica
  1. Haarkleurstoffen in haarkleurproducten

    Controle op de aanwezigheid van 'verboden' stoffen: In 2014 zijn 96 haarkleurproducten onderzocht. Haarkleurproducten van zowel de gerenommeerde merken als ook de huismerken, voldoen voor het overgrote deel (94%) aan de gecontroleerde wettelijke verplichtingen. Bij producten die niet voldoen zijn corrigerende maatregelen opgelegd.

  2. Anti-zonnebrandmiddelen rapportage, SPF-waarden, UV-filters en nitrosamines

    In 2014 zijn 176 producten van 60 merken onderzocht op UV-filter en nitrosamines. Uit de inventarisatie blijkt dat in alle producten filters aanwezig zijn die bescherming bieden tegen UV-A- en UV-B-straling. Van 58 producten is onderzocht of de opgegeven zonbeschermingsfactor (SPF) overeenkomt met de gemeten waarde. In 86% van de gevallen is deze juist opgegeven. Bij producten die niet voldoen zijn corrigerende maatregelen opgelegd.

  3. Claims op cosmetische producten

    In 2015 is een verkennend onderzoek uitgevoerd waarbij de soorten claims op etiketten van kinderverzorgingsproducten en anti-zonnebrandmiddelen zijn geïnventariseerd. Uit vervolgonderzoek moet blijken of claims op cosmetica ook voldoende worden onderbouwd.

Chemische stoffen in consumentenproducten
  • In de periode december 2013 tot februari 2014 is onderzoek gedaan naar de navulverpakkingen van de e-sigaret. Daarbij is gekeken naar veiligheid op het gebied van nicotinegehalte en tekortkomingen bij de verpakkings-en etiketteringseisen. Bij 11% van de navulverpakkingen met een nicotinegehalte waarvoor een kindveilige sluiting (KVS) vereist is, ontbreekt deze. Op alle verpakkingen met mengsels zonder nicotine zit wel een KVS. Dit is een ongewenste situatie, vanwege de verwarring die dit over de gevaren van het nicotinehoudende mengsel kan opleveren. Bij 70% ontbreekt de voelbare gevaaraanduiding of is deze onjuist aangebracht. Op 61% van de gevaaretiketten ontbreken de verplichte symbolen. Daar waar het T-symbool verplicht is, ontbreekt dit in 68% van de gevallen. In alle gevallen wordt niet voldaan aan de juiste wijze van aanbrengen van het etiket.
Draagbaar klimmaterieel

In de verslagperiode is er gerapporteerd over 2 projecten die in samenwerking met andere toezichthouders in Europa via Prosafe zijn uitgevoerd. Deze hadden betrekking op huishoudtrappen, reform- en uitschuifladders, telescopische ladders, en vouwladders. Prosafe rapporteert dat door deze projecten meer dan 50% van de laddertypes in de EU zijn onderzocht. De meerderheid van de geteste producten voldoet niet aan de eisen. Prosafe: Five Consumer Products, Joint Market Surveillance Acton, Final Implmentation Report covering the period 1 January 2011 – 30 April 2013,  Juni 2013. Prosafe: Final Technical Report Ladders covering 1 January 2013 – 30 April 2015, januari 2015. Bekijk > Het betrof voornamelijk afwijkingen op het gebied van gebruiksinstructies.

Elektrotechnische producten
  • In juni 2014 onderzocht de NVWA bij zonnebanken de naleving van de leeftijdscontrole (<18 jaar) bij zonnestudio’s. Uit dit onderzoek blijkt dat 3 op de 4 jongeren beneden de 18 jaar het gebruik van een zonnebank niet wordt ontzegd. Slechts in 24% van de gevallen wordt een jongere geweigerd. Er is een significant verschil zichtbaar tussen zonnestudio’s die zijn aangesloten bij branchevereniging Samenwerkingsverband Verantwoord Zonnen (52% weigering) en niet-aangesloten zonnestudio’s (14 tot 17% weigering). Jongeren worden hierdoor onvoldoende weerhouden zonnebanken te gebruiken waardoor risico op huidkanker op latere leeftijd onvoldoende wordt tegengegaan. NVWA. Factsheet leeftijdscontrole bij gebruik van zonnebanken, juni 2014. De NVWA heeft de minister van VWS geadviseerd de wetgeving aan te passen waardoor handhaving mogelijk wordt. Dit wordt mogelijk in Europees verband geregeld.
  • Eind 2014 en begin 2015 onderzocht de NVWA samen met het Agentschap Telecom en de Inspectie Leefomgeving en Transport de veiligheid van LED-lampen. Uit technisch onderzoek bleek dat in een aantal gevallen de lampen de hoogspanningsbeproeving niet doorstonden, dat in veel gevallen de verbinding fase en nulgeleiders niet betrouwbaar was, dat het loodgehalte van de gebruikte soldeer te hoog was, en dat zes lampen radiostoringen kunnen veroorzaken. Een groot deel van de afwijkingen betrof de administratieve verplichtingen. Door het niet voldoen aan die verplichtingen kan geen zekerheid worden verkregen of de producten aan de energie- en milieueisen voldoen. Ook kan daardoor niet worden beoordeeld of de lamp veilig is.
Gastoestellen
  • Onderzoek van koffermodel gaskooktoestellen in 2013 van 15 verschillende typen producten levert het resultaat op dat allen onveilig waren. De NVWA heeft erop toe gezien dat bedrijven die onveilige toestellen hebben verkocht, de juiste en voldoende maatregelen namen. Enkele toestellen die een ernstig veiligheidsrisico opleveren voor de consument zijn genotificeerd via het RAPEX-systeem van de Europese Commissie.
  • In juni 2015 onderzoekt Prosafe CO-melders. 15 verschillende merken/typen CO-melders op de Nederlandse markt zijn bemonsterd. Voor zover onderzocht zijn bij 12 van de 15 op de Nederlandse markt bemonsterde en onderzochte merken/type CO-melders tekortkomingen vastgesteld ten opzichte van de eisen in de Europese normen. De niet-functionerende CO-melders zijn van de markt gehaald. De twee melders die een ernstig veiligheidsrisico opleveren voor de consument zijn genotificeerd via het RAPEX-systeem van de Europese Commissie. (NB: hoewel een CO-melder geen gasapparaat is, is het wel relevant voor de CO-problematiek. Daarom staat dit onderzoek hier vermeld).
Machines

In de verslagperiode is er niet gerapporteerd over productgerichte projecten

Voedselcontactmaterialen Materialen die met levensmiddelen in aanraking komen. die met levensmiddelen in aanraking komen
  • In 2013 is onderzoek gedaan naar de migratie van lood en cadmium uit ambachtelijke en in kleine series vervaardigde tajines. Bijna alle tajines voldoen aan de huidige migratielimieten, ook al zijn ze meestal niet voorzien van een verklaring van overeenstemming.
  • In 2014 is onderzoek gedaan bij grote en kleine producenten en importeurs van kunststof verpakkingen en gebruiksartikelen NVWA: Factsheet Food Contact Materials in de levensmiddelenindustrie 2014, juni 2015. naar specifieke eisen voor de ‘verklaring van overeenstemming.’ De grote levensmiddelenproducenten hebben dit redelijk tot goed op orde. De kleine producenten en importeurs scoren beduidend slechter. In enkele gevallen zijn schriftelijke waarschuwingen opgelegd, meestal vanwege het ontbreken van de Verklaring van Overeenstemming.
  • In 2014 is gerapporteerd over importcontrole melamine en polyamide keukengerei uit China en Hongkong. Dit rapport geeft een overzicht van de resultaten van de verplichte controles vanaf de start van de controles in 2011 tot eind 2013. Partijen keukengerei waarin formaldehyde is aangetroffen zijn teruggestuurd naar het land van herkomst.
Persoonlijke beschermingsmiddelen

In de verslagperiode is niet gerapporteerd over productgerichte projecten.

Speelgoed

Bij productgericht toezicht worden veel monsters van pluche, zacht plastic of houten speelgoed onderzocht. Relatief veel afwijkingen worden al jaren geconstateerd bij weekgemaakt zacht plastic speelgoed.

In de periode 2012-2015 is gerapporteerd over de volgende productgerichte projecten:

  • De resultaten van onderzoek naar vingerverf werden in november 2015 gepubliceerd en actief openbaar gemaakt. NVWA: Vingerverf 2015: Onderzoek chemische stoffen en beoordeling etiket. November 2015. Bijna de helft (48%) van de onderzochte vingerverf voldeed niet aan de veiligheidseisen. De NVWA heeft de verkoop van deze producten verboden. In één geval is een publiekswaarschuwing geëist. In 5 producten werd een te hoog gehalte van een chemische stof aangetroffen, waaronder de kankerverwekkende stof NDELA, de sensibiliserende stoffen BIT, CMI en MI. Er waren vooral afwijkingen op het etiket of de verpakking; dat vermeldde de waarschuwing of het toegevoegde conserveermiddel niet.
  • De NVWA heeft in 2015 vragen gekregen over ‘loom’-elastiekjes. Dit zijn elastiekjes met een diameter van ongeveer 1 cm waarmee armbandjes, ringen of figuurtjes gehaakt kunnen worden. De elastiekjes waren een rage onder kinderen. De NVWA heeft verschillende merken en kleuren elastiekjes onderzocht op chemische samenstelling, en op de leeftijdsaanduiding op de verpakking. De onderzochte elastiekjes bleken geen chemische stoffen af te geven en bevatten geen weekmakers.
  • In de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 december 2015 heeft Prosafe een joint action uitgevoerd op het gebied van speelgoed voor kinderen van drie jaar of jonger. Op het gebied van fysisch mechanische eisen zijn 265 speelgoedproducten getest. Daarvan vormt 35% een serieus risico. Gerelateerd aan de migratie van specifieke chemische elementen (EN71-3) vormt 0,5% van de onderzochte speelgoedproducten een serieus risico. En van de 228 speelgoedproducten die op ftalaten zijn getest, vormt 12,3% een serieus risico. Prosafe: Joint action 2013 GPSD, Final technical report toys intended for children under 3 years, januari 2016. De opvolgende maatregelen varieerden van vrijwillige en gedwongen terugroepacties, verkoopverboden, productaanpassingen en andere corrigerende maatregelen.

De NVWA heeft in 2015 bij een aantal nepwapens onderzocht of ze voldeden aan de eisen voor kinetische energie in de Speelgoedrichtlijn. Daarbij zijn geen afwijkingen aangetroffen.

Speeltoestellen

In de periode 2012-2015 zijn geen rapportages uitgebracht over speeltoestellen.

Tatoeëren en piercen
  • In april 2015 zijn de resultaten van onderzoek aan tatoeage-inkten in de periode 2008-2013 gepubliceerd in combinatie met de voorlichtingscampagne ‘Think before you ink’. NVWA: Resultaten onderzoek van kleurstoffen voor tatoeages en permanente make-up in de periode 2008 – 2013, November 2014. NVWA: Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) in tatoeagekleurstoffen, februari 2015. Doel van de campagne is om de consument meer bewust te maken van de mogelijke risico’s van het zich laten tatoeëren en het vergroten van het veilig laten zetten en verwijderen van tatoeages. Naar schatting 1/3 van alle op de Nederlandse markt beschikbare en gebruikte tatoeage-inkten bevat stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Het onderzoek van tatoeagekleurstoffen (rood, geel, oranje, groen en zwart) heeft zich gericht op de aanwezigheid van chemische verontreinigingen zoals zware metalen en aromatische aminen, microbiologische verontreinigingen en conserveringsmiddelen. Er is een afzonderlijk onderzoek uitgevoerd naar zwarte inkt. Daarbij werden in meer dan 40% van de inkten de kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) aangetroffen. Ook is onderzocht of voldaan werd aan de etiketteringseisen. Bemonsterd werd bij reguliere importeurs, bij buitenlandse leveranciers op beurzen en via internet en bij dienstverleners die hun materiaal rechtstreeks importeren uit het buitenland.
  • In  2011 beschikte 88% van de bij GGD en NVWA bekende tatoeage- en piercingshops (inclusief Permanente Make Up (PMU)) over een geldige vergunning. In 2012 was dat 86%, in 2013 93% en in 2014 90%. In totaal zijn in de periode 2011-2014 zo’n 500 illegale tatoeëerders opgespoord. NVWA: Handhavend optreden tegen  illegale tatoeëerders en piercers en overtreders van de leeftijdgrenzen voor een tatoeage of piercing 2011-2014, september 2015. Deze tatoeëerders vallen niet onder bedrijfsgericht toezicht, maar onder aanleidingsgericht toezicht. Het genoemde aantal staat daarom niet in bovenstaande tabel.
  • In oktober 2014 publiceerde de NVWA over onaangekondigde hygiëne-inspecties die in 2012 en 2013 zijn uitgevoerd. Naar aanleiding van deze inspecties is bij 36 van de 119 locaties (30%) een schriftelijke waarschuwing opgemaakt. In een aantal situaties kon worden volstaan met een mededeling. Dit betrof tekortkomingen die ad-hoc konden worden opgelost, bijvoorbeeld doordat informatie over risico’s of nazorg direct werden gekopieerd om mee te geven aan de klant. Regelmatig kwam het echter voor dat de schriftelijke waarschuwing meerdere items uit de hygiënerichtlijn NVWA: Onaangekondigde hygiëne-inspecties tatoeage en piercing, 2 juli 2013. betrof. Na de waarschuwingen bleken bij nieuwe inspecties vrijwel alle tekortkomingen verholpen. De NVWA heeft door deze resultaten haar interventiebeleid aangescherpt. Tattoo- en piercingshops die de hygiëne-eisen heel zwaar overtreden, krijgen direct een geldboete.
Textiel

Er zijn geen rapportages van productgerichte projecten in de periode 2012-2015.

Het toezicht op deze productgroepen is over het algemeen risicogericht. Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op selectieve steekproeven in de markt. De kans dat het onderzochte product niet voldoet aan wettelijke voorschriften is daarmee groter. Deze werkwijze verhoogt de effectiviteit van het toezicht, maar geeft geen exacte cijfers over de naleving in een bepaalde sector.

Verantwoordelijkheid bedrijfsleven voor consumentenproducten

Het bedrijfsleven is primair verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige consumentenproducten.
Het bedrijfsgerichte toezicht van de NVWA levert inzicht in de mate waarin bedrijven de op hun producten van toepassing zijnde wet- en regelgeving op het gebied van productveiligheid naleven. In het geval dat bedrijven niet aan de wettelijke voorschriften voldoen, legt de NVWA maatregelen op. Bijvoorbeeld omdat bedrijfsprocessen niet in orde zijn waardoor het bedrijf niet in staat is om, bij het ontstaan van risico’s door een fout in het productieproces, deze zo snel mogelijk weg te nemen. De NVWA stelt de geïnspecteerde bedrijven van de maatregelen op de hoogte.

Hieronder is weergegeven hoe vaak bij inspecties bij bedrijven die de genoemde productgroepen produceren, importeren, verhandelen, beschikbaar stellen of verkopen, deze de regels niet naleven. Per productgroep is aangegeven hoeveel bedrijfsinspecties zijn uitgevoerd en in welk deel er door de NVWA een overtreding van de betreffende wet- en regelgeving werd geconstateerd en een maatregel (onder andere schriftelijke waarschuwingen, boetes en verbod op verhandelen van de desbetreffende producten) is opgelegd.

Ook hier geldt dat het toezicht risicogericht is en dat deze cijfers dus gebaseerd zijn op selectieve steekproeven in de markt. Dit leidt ertoe dat bij deze inspecties relatief vaker geconstateerd wordt dat bedrijven niet aan de eisen voldoen en geeft inzicht in het aantal inspecties waar bij de onderzochte bedrijven niet aan wet- en regelgeving wordt voldaan. Het betreft de periode 2012 – 2015.

  aantal bedrijfscontroles aantal maatregelen maatregelen in %
Speeltoestellen 230 100 44%
Attractietoestellen 418 140 34%
Tatoeëren en piercen 1423 388 27%
Cosmetica 276 71 26%
Speelgoed 154 38 25%
Chemische stoffen, inclusief biociden 444 50 11%
Elektrotechnische producten 140 8 6%
Voedselcontactmaterialen 457 19 4%
Baby –en kinderartikelen 98 3 3%

Bedrijfsgerichte toezichtresultaten NVWA per productgroep in de periode 2012-2015

Tabel Bedrijfsgericht toezicht periode 2012-2015

Attracties

  • Toezicht attractieparken (rapportage inspectieresultaten 2010, 2011, 2012 en 2013, NVWA, 13 februari 2014 en rapportage inspectieresultaten 2014, NVWA, mei 2015)
  • Toezicht kermisattracties 2012-2013 (rapportage NVWA, 17 juni 2014). Uit selectieve controles van de NVWA blijkt dat bijna 1/3 van de in 2012 en 2013 onderzochte kermisexploitanten de veiligheidseisen voor kermisattracties niet goed naleeft. Het gaat hier vooral om het ontbreken van verplichte veiligheidskeuringen of het niet nakomen van onderhoudsverplichtingen. In een aantal gevallen zijn ook technische tekortkomingen geconstateerd. In 2013 is een lichte verbetering te constateren van de naleving in vergelijking met 2012.

Toezicht kermisattracties 2014-2015, (rapportage NVWA, april 2016).

Chemische consumentenproducten

Bij chemische consumentenproducten worden in het kader van bedrijfsgericht toezicht uitgebreide dossiercontroles uitgevoerd. Daarbij wordt nagegaan of bedrijven zich houden aan de belangrijkste administratieve verplichtingen uit de REACH- en CLP-verordeningen.

Tabel 15 Resultaten van dossiercontroles van de belangrijkste REACH- en CLP-verplichtingen (2012-2015).

Signalen uit de maatschappij

De consument kan (vermeende) onveilige consumentenproducten melden bij het bedrijf dat het product heeft geleverd of bij de NVWA. Bedrijven zijn verplicht om onveilige producten te melden aan de NVWA. Ook komen er meldingen van andere lidstaten over onveilige producten bij de NVWA, onder andere via het RAPEX-systeem. EU systeem voor snelle uitwisseling van informatie over onveilige producten tussen de lidstaten. Deze producten kunnen namelijk ook in Nederland op de markt zijn.
Het aantal en de aard van klachten, vragen en meldingen van consumenten en bedrijven geven een indicatie van productgroepen waarover consumenten zich relatief vaak zorgen maken en/of waarbij relatief vaak onveilige producten worden gemeld.

De NVWA ontvangt jaarlijks rond de 32.500 (2015) klachten/meldingen Als er ergens iets mis is met consumentenproducten, kan een consument of een bedrijf een klacht of een melding indienen bij de NVWA. In de huidige registratie is er geen onderscheid gemaakt tussen klacht en melding. Daarom worden ze hier als signalen uit beide bronnen bij elkaar geteld. In de toekomst zal een melding betrekking hebben op situaties waarbij een consument of een bedrijf een onveilig product meldt. en vragen van zowel consumenten als bedrijven. Ongeveer 2400 daarvan betreffen consumentenproducten. De NVWA reageert indien nodig op de signalen en gebruikt deze signalen om haar toezicht gerichter in te zetten.

Overzicht totaal aantal signalen( meldingen, klachten) t.b.v. toezicht PV in de periode 2012-2015

In de periode 2012 – 2015 zijn de meeste signalen ontvangen over de volgende productgroepen:

Klachten/meldingen
Vragen

Overzicht per productgroep

In dit onderdeel wordt ook een overzicht gegeven van het aantal signalen dat de NVWA heeft ontvangen voor het toezicht. Het gaat dan om signalen van consumenten (vragen en klachten over producten), ondernemers (vragen, meldingen van eigen producten die niet voldoen aan regelgeving en waarop zelf actie is ondernomen, en klachten over andere ondernemers die niet voldoen aan regelgeving en daardoor marktverstorend bezig zijn) en signalen van andere overheden en instanties (meldingen van de Europese Commissie, van mede-toezichthouders uit andere lidstaten of van buiten Europa, van collega-inspecties, et cetera). Dit geeft een beeld van hoeveel er speelt in de betreffende productgroep.

Attractietoestellen

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 284 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven. De meeste meldingen gaan over (bijna) ongevalssituaties/ letsels, gevaarlijke situaties of slecht onderhoud, en vragen gaan over keuringen en daarvoor geldende eisen. Na iedere melding wordt een inspectie uitgevoerd. De handhavingsresultaten zijn onderdeel van de hierboven weergegeven inspectieresultaten.

Tabel 7 Signalen ten behoeve van toezicht op attractietoestellen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
284 85 197 2

Baby- en kinder artikelen

In het RAPEX-systeem staan veel meldingen over koordjes in kinderkleding en fopspeenkoordjes. Er zijn 6 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de commissie gedaan. Deze gingen onder andere over een babyloopstoeltje wegens slechte remwerking, en een kinderstoel die kan omvallen. In 2012-2015 zijn er door bedrijven 35 productwaarschuwingen over baby- en kinderartikelen gepubliceerd, onder andere over babymatrasjes, kinderbedjes, traphekjes en fopspenen.

Biociden

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 375 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen. Deze hebben een opvolging gekregen, en dat heeft, waar nodig, tot handhaving geleid. De meeste klachten gaan over (verkoop van) producten zonder toelatingsnummer (dus over niet-toegelaten middelen), over mogelijk onterechte claims en over ontbrekende etiketteringsinformatie. De vragen van consumenten gaan vooral over toepassing van producten. Vragen van bedrijven gaan over (toelatings)eisen van producten.

Tabel 10 Signalen ten behoeve van toezicht op biociden (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
375 184 190 1

Cosmetica

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 923 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven. De meeste meldingen en vragen gaan over de samenstelling, de etikettering en het gebruik van cosmetische producten en allergische of overgevoeligheidsreacties.
Er zijn 15 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie verstuurd in de verslagperiode. Deze gingen onder meer over crème met lidocaïne, huidbleekmiddelen, microbiologisch verontreinigde anti-rimpelcrème, huidverzorgingsproduct met schadelijke stof, haarverzorgingsproduct met schadelijke stof en een microbiologisch verontreinigde bodypaint.

Tabel 13 Signalen ten behoeve van toezicht op cosmetica (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
923 418 380 125

Chemische stoffen in consumentenproducten

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 700 signalen van consumenten ontvangen en is er een opvolging aan gegeven. De meeste vragen van consumenten gaan over etikettering van huishoudchemicaliën. Daarna volgen vragen over de aanwezigheid van mogelijk gevaarlijke stoffen zoals asbest, cadmium, weekmakers en PAK’s.
De 5 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie gingen onder meer over corrosieve reinigingsmiddelen, lijm met een kankerverwekkende stof, schoonmaakmiddel zonder etiket brandbaar, refill-container/flesje e-sigaret zonder kinderveilige sluiting, en refill-container e-sigaret zonder waarschuwing.

Tabel 16 Signalen ten behoeve van toezicht op REACH en CLP (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
700 322 203 175

Draagbaar klimmateriaal

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 62 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven. De meeste meldingen gaan over ondeugdelijke ladders en vragen gaan over eisen die van toepassing zijn op dit soort producten.
De twee RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie in de verslagperiode gingen over een vouwladder en een huishoudtrap, beide met onvoldoende sterkte.

Tabel 19 Signalen ten behoeve van toezicht op draagbaar klimmaterieel (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
62 29 28 5

Elektrotechnische producten

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 1200 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven en waar nodig ook handhavend opgetreden. De meeste vragen gaan over eisen aan producten of toepassing ervan en klachten over onveilige producten. De  meldingen zijn afkomstig van RAPEX, CPSC (Amerikaanse toezichthouder), collega-inspectiediensten en bedrijven.
De 4 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie gingen o.a. over een zonnepaneel en een USB-lader.

Tabel 21 Signalen ten behoeve van toezicht op elektrotechnische producten (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
1200 312 540 348

Gastoestellen

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 167 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven, en zo nodig op gehandhaafd. De meeste klachten en meldingen gaan over onveilige toestellen. Vragen gaan over eisen aan deze producten.
De 10 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie gingen over een terrasverwarmer en verschillende koffermodel gaskooktoestellen uit eigen markt-onderzoek.

Tabel 23 Signalen ten behoeve van toezicht op gastoestellen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
167 89 61 17

Machines voor privégebruik

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 233 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven en indien nodig handhavend opgetreden. De meeste meldingen betreffen onveilige producten en vragen gaan over eisen aan producten.
Er zijn geen RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Europese Commissie gedaan.

Tabel 25 Signalen ten behoeve van toezicht op machines voor privé gebruik (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
233 64 73 96

Voedselcontactmaterialen

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 562 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen, is daaraan een opvolging gegeven en is er zo nodig op gehandhaafd. De meeste klachten gaan over (veiligheids)problemen met producten en meldingen over migratie van chemische stoffen uit producten. Vragen gaan over veiligheidseisen die gesteld zijn aan producten en risico’s bij gebruik van producten.
De 9 RASFF-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie gingen onder meer over eetstokjes zonder certificaat, migratie van formaldehyde of primaire aromatische amines uit kunststof keukengerei (bestek, servies), en migratie van weekmakers DEHP en DOTP uit afsluitdeksels. In een aantal situaties was er sprake van een ernstig gezondheidsrisico. In deze situaties heeft de NVWA opgetreden.

Tabel 27 Signalen ten behoeve van toezicht op voedselcontactmaterialen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
562 340 138 84

Persoonlijke beschermingsmiddelen

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 88 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen en is daaraan een opvolging gegeven. De meeste meldingen zijn bedrijfsmeldingen over niet-functionerende producten. Vragen gaan over veiligheidseisen.
De RAPEX-melding vanuit Nederland aan de Commissie ging over zwembandjes.

Tabel 29 Signalen ten behoeve van toezicht op persoonlijke beschermingsmiddelen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
88 26 26 36

Speelgoed

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 796 signalen van consumenten en bedrijven over speelgoed ontvangen, daaraan is opvolging gegeven, en waar nodig gehandhaafd. De meeste klachten gaan over de onveiligheid van producten. Meldingen zijn RAPEX-meldingen of eigen bedrijfsmeldingen. De vragen gaan over veiligheidseisen of risico’s van producten.
Er zijn veel meldingen van deze productgroep aan de Commissie via RAPEX. Bij de 79 meldingen door de NVWA via RAPEX  gaat het in bijna alle gevallen om verstikkingsgevaar door het loskomen van kleine onderdelen. Daarna komt gezondheidsgevaar door de aanwezigheid van schadelijke chemische stoffen die allergische of overgevoeligheidsreacties en/of op langetermijn-gezondheidsschade kunnen veroorzaken (kankerverwekkend, mutageen, reprotoxisch), bijvoorbeeld in weekgemaakt PVC-speelgoed. Andere meldingen betroffen muziekinstrumenten, badspeeltjes, speelgoedautootjes, opwindspeelgoed, houten speelgoed (verstikking, kleine onderdelen), bellenblaas, boetseerklei (microbiologische verontreiniging) of keukenspeelsets, speelgoed met vloeistof, schepjes, popjes, speelgoed met batterijen (chemische risico’s, zware metalen).

Tabel 31 Signalen ten behoeve van toezicht op speelgoed (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
796 185 260 351

Speeltoestellen

In de periode 2012 – 2015 werden in totaal 460 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen. Daaraan is een opvolging gegeven, en daar waar nodig op gehandhaafd. De meeste klachten en meldingen en vragen gingen over veiligheids- en gebruikseisen.

Tabel 33 Signalen van ten behoeve van toezicht op speeltoestellen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
460 191 268 1

Tatoeëren en piercen

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 1240 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen, is eraan een opvolging gegeven, en zo nodig handhavend opgetreden. De meeste klachten/meldingen gaan over illegale tatoeëerders en de vragen over de veiligheid van tatoeage-inkten.
De 2 RAPEX-meldingen vanuit Nederland aan de Commissie gingen over tatoeagekleurstoffen met kankerverwekkende stoffen.

Tabel 35 Signalen ten behoeve van toezicht op tatoeëren en piercen (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
1240 90 1094 56

Textiel

In de periode 2012-2015 zijn in totaal 426 signalen van consumenten en bedrijven ontvangen, waarna opvolging is gegeven, en waarop zo nodig is gehandhaafd. De meeste meldingen en vragen gingen over overgevoeligheidsreacties en allergische reacties.
Er zijn in de verslagperiode geen RAPEX-meldingen vanuit Nederland naar de Commissie gegaan.

Tabel 37 Signalen ten behoeve van toezicht op textiel (2012-2015)
totaal vragen klachten meldingen
426 167 90 169

Als wordt gekeken naar de resultaten van de verschillende indicatoren zit er een zekere consistentie in en komen productgroepen als tatoeëren en piercen, speelgoed, cosmetica en elektrotechnische producten steeds terug.

Consument en productveiligheid

Het gedrag van de consument of de omstandigheden waarin een product wordt gebruikt, zijn de oorzaken van een groot gedeelte van de ongevallen met acute gezondheidsschade waarbij een consumentenproduct betrokken is.

De consument herkent situaties waarbij mogelijke langetermijn-gezondheidsschade kan ontstaan meestal niet. Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de Nederlandse consumenten behoefte heeft aan informatie over de gezondheidsrisico’s van consumentenproducten waarin chemische stoffen zijn verwerkt.

Lees meer

Onkenhout, Hans et al: Informatiebehoefte omtrent producten in en om het huis, waarin chemische stoffen zitten (intern), Ruigrok / Netpanel, VeiligheidNL, 12 december 2014.

Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de Nederlandse consumenten behoefte heeft aan informatie over de gezondheidsrisico’s van consumentenproducten waarin chemische stoffen zijn verwerkt. Over het algemeen beseffen consumenten dat er chemische stoffen zitten in schoonmaak- en klusproducten. Dit geldt minder voor  producten als textiel, meubels, verzorgingsproducten, cosmetica en speelgoed.
Wanneer nagedacht wordt over producten in huis die chemische stoffen bevatten, dan maakt men zich de meeste zorgen over risico’s bij het gebruik door kinderen: jonge kinderen worden een kwetsbare groep gevonden die risico’s moeilijk of niet kan inschatten. Zo zijn er signalen dat kinderen (verpakkingen van) huishoudchemicaliën en doe-het-zelfproducten aantrekkelijker vinden dan speelgoed. VeiligheidNL: Helft jonge kinderen verkiest huishoudchemicaliën boven speelgoed, 2015. Dit wordt door ouders en andere consumenten samen met de eigen gezondheid als belangrijkste reden genoemd om beschermende maatregelen te nemen. Voor zichzelf schatten (volwassen) consumenten risico’s over het algemeen lager in.

Nederlandse consumenten hebben vertrouwen in de veiligheid van consumentenproducten, meer dan de rest van de Europese consumenten.

Lees meer

Over het algemeen heeft de Nederlandse consument meer dan andere Europese consumenten vertrouwen in onafhankelijke consumentenorganisaties, verkopers en leveranciers, de overheid en de huidige regelgeving. Ook heeft de Nederlandse consument meer vertrouwen in de veiligheid van producten. Dit vertrouwen is zelfs de afgelopen jaren gestegen. Tabel 4 Europese Commissie: Houdingen van consumenten ten opzichte van grensoverschrijdende handel en consumentenbescherming, 6 juni 2013 (Flash Eurobarometer 358). is hier een illustratie van.

Tabel 4 Wanneer u denkt aan alle non-foodproducten die momenteel op de markt zijn (in ons land), vindt u dan dat...

Consumenten zijn zich in het algemeen bewust van de acute risico’s van consumentenproducten. Dit bewustzijn is afhankelijk van factoren als leeftijd, inschattingsvermogen, ervaring, informatiepositie en gebruiksomstandigheden.

Omdat de ene groep beter in staat is om een onveilig product te herkennen en beter weet hoe vervolgens met dat onveilige product om te gaan dan de andere, onderscheidt de wet kwetsbare groepen. Met name jonge kinderen worden expliciet als kwetsbare groep gezien. De gevolgen van een onveilig product kunnen voor de ene groep ernstiger zijn dan voor de andere groep. Zo zal een val door bijvoorbeeld een te zwak geconstrueerde tuinstoel voor een oudere ernstigere gevolgen kunnen hebben dan voor een jongere.

Risicocommunicatie en voorlichting door de overheid verhogen het risicobewustzijn van de consument en het inzicht in de gevolgen van het eigen gedrag. Openbaarmaking van toezichtresultaten geeft de consument het handelingsperspectief om veiligheid mee te laten wegen bij de keuze tussen verschillende typen consumentenproducten. Daarnaast is de beschikbare informatie via onder andere internet en de wijze waarop (sociale) media, non- gouvernementele organisaties (NGO’s) en politici spreken over de risico’s van consumentenproducten, van invloed op het risicobewustzijn van de consument.

Trends en ontwikkelingen

Trends en ontwikkelingen kunnen extra of nieuwe risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengen en/of gevolgen hebben voor het toezicht van de NVWA. De NVWA volgt deze trends en ontwikkelingen, spreekt hierover met het bedrijfsleven, onderzoekt zo nodig de risico’s en adviseert beleidmakers hierover. Hiertoe beoordeelt de NVWA deze trends en ontwikkelingen in het kader van het risicogerichte toezicht en neemt dit mee bij het ontwikkelen van nieuwe en effectieve toezichtinstrumenten.

De belangrijkste trends en ontwikkelingen op consumentenproductengebied: De ontwikkelingen zijn in willekeurige volgorde opgenomen.

Verbeterde analysemethoden

Onderzoek en verbeterde analysemethoden bieden steeds meer inzicht in de mogelijke gevaren van bepaalde chemische stoffen en onze blootstelling daaraan. Zo is formaldehyde vrij recent als kankerverwekkend geclassificeerd en is er toenemende aandacht voor het feit dat chemische stoffen uit (gerecycled) papier via de verpakking in voedingsmiddelen terecht kunnen komen.

Inzicht in de cumulatieve effecten van risico’s uit verschillende bronnen

Consumenten gebruiken steeds vaker meer (verschillende) consumentenproducten gedurende langere tijd. Ook wordt steeds duidelijker dat er sprake kan zijn van een optelsom van gezondheidsrisico’s. Er zijn onderzoeken naar mogelijke stapeling van gezondheidsschade doordat steeds meer (verschillende) consumentenproducten gedurende langere tijd door consumenten worden gebruikt (blauw licht bij gebruik van smartphone, computer, interactieve televisie, gehoorschade door herhaaldelijke blootstelling aan een te hoog geluidsniveau). Ook wordt het gebruik van consumentenproducten onderzocht die dezelfde chemische stoffen bevatten zoals conserveermiddelen in cosmetica en in schoonmaakmiddelen.

Nieuwe technologie

Het gebruik van nieuwe en nog niet volledig geteste technologie in consumentenproducten, zoals op elektrotechnisch gebied, kan voor extra of nieuwe risico’s zorgen waarvan op dit moment de gevolgen voor de volksgezondheid nog niet of niet goed zijn in te schatten. Bijvoorbeeld (de gevolgen van) het gebruik van niet voor consumptiegebruik geschikte plastics bij het maken van drinkbekers met een 3D-printer.

Hormoonverstorende stoffen

Er is op Europees niveau nog veel discussie over de vraag welke chemische stoffen hormoonverstorend zijn. Voor biociden en gewasbeschermingsmiddelen zijn  criteria voorgesteld, voor andere chemische stoffen nog niet. Hormoonverstorende stoffen in consumentenproducten zullen naar verwachting de komende jaren steeds meer aandacht van het toezicht vragen, gelet op de grote maatschappelijke impact door de vele toepassingen van deze stoffen.

Lees meer

Al verschillende jaren is de Commissie bezig met criteria op te stellen voor hormoonverstorende stoffen. Op 15 juni 2016 heeft de Commissie de conceptcriteria voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden gepubliceerd. Daarnaast wordt in de toekomst mogelijk bekeken wat de gevolgen zijn voor andere regelgeving, waaronder REACH. Europese Commissie: Endocrine disruption. Bekijk > Er is een tabel beschikbaar van stoffen die onder andere in REACH zijn gereguleerd en die mogelijk vallen onder de criteria van hormoonverstoring. Hormoonverstorende stoffen zullen de komende jaren naar verwachting steeds meer aandacht van het toezicht vragen, gelet op de grote maatschappelijke impact van deze stoffen.

Meer info WHO >

Gebruik van nanodeeltjes in consumentenproducten

De toepassing van nanotechnologie in consumentenproducten zet door. Het identificeren en kwantificeren van nanodeeltjes in consumentenproducten is nog lastig, en er is nog gebrek aan kennis over de veilige toepassing. NVWA, Nanotechnologie. Bekijk >

Mondiaal aanbod

Het aanbod en de omvang van import-consumentenproducten uit landen buiten de EU, vooral uit Azië, blijft groeien. Toezicht op EU-importeurs wordt daarom nog belangrijker.

Maatschappelijke trends en ontwikkelingen met mogelijke gevolgen voor productveiligheid in Nederland:

De volgende meer algemene maatschappelijke trends De trends zijn in willekeurige volgorde opgenomen. zijn betekenisvol voor het borgen van de productveiligheid.

Hergebruik

Een belangrijke maatschappelijke trend is het gebruik van tweedehandsproducten en hergebruik van materialen en consumentenproducten. Bij het gebruik van tweedehandsproducten zijn de risico’s gering omdat deze consumentenproducten al eerder in de handel waren. Een wijziging van een product kan echter risico’s veroorzaken bijvoorbeeld wanneer consumenten elektrotechnische producten zodanig aanpassen dat er een elektrische schok kan optreden.
Hergebruik brengt nieuwe uitdagingen met zich mee zoals het verwerken van oude producten tot grondstoffen voor nieuwe producten. Een voorbeeld daarvan is het toepassen van granulaat van autobanden in rubber infill in kunstgrasvelden of rubbertegels op speelplaatsen. Vergeleken met nieuwe grondstoffen is er bij gerecyclede grondstoffen meer kans op verontreiniging met ongewenste chemische stoffen. Voorbeeld hiervan is gerecycled papier dat gebruikt wordt voor verpakkingsmaterialen voor levensmiddelen en dat verontreinigd kan zijn met minerale oliën.

Gedeeld gebruik

Een andere trend is het delen van consumentenproducten via websites zoals PeerbyGo, Nextdoor (buurt-apps). Verantwoordelijkheidsverdeling (beheer) kan hier een rol spelen, bijvoorbeeld bij achterstallig onderhoud aan speeltoestellen die door een aantal buurtgenoten zijn aangeschaft. Dit kan leiden tot onveilige situaties.

Internethandel

Internethandel kan risico’s inhouden voor de productveiligheid omdat consumenten deze consumentenproducten ook kunnen bestellen in landen buiten Europa waar andere veiligheidseisen gelden. In de reguliere handel worden deze risico’s ondervangen doordat de importeur verantwoordelijk is voor het voldoen aan Nederlandse (of Europese) normen; bij rechtstreekse levering door een buitenlandse producent of handelaar bestaat deze borging niet. Door rechtstreekse levering aan de consument vallen de via het internet aangeboden consumentenproducten buiten het zicht van de NVWA. De NVWA onderzoekt de komende jaren de risico’s van op internet aangeboden consumentenproducten en past op basis hiervan haar handhavingsstrategie zo nodig aan.

Gebruik professionele apparaten

Consumenten kunnen steeds vaker professionele apparaten en consumentenproducten kopen of huren. Deze apparaten hebben meestal hogere vermogens; ze zijn zwaarder en groter. Het gebruik ervan verlangt ervaring en kennis, soms zelfs verplichte vakbekwaamheid. Het gebruik van deze apparaten kan daarom risicovol zijn bij ondeskundig gebruik.

Transparantie en de betrokkenheid van burgers

Politiek en bestuur hebben in het kader van transparantie en betrokkenheid van burgers een toenemende behoefte om burgers te betrekken bij maatschappelijke processen. Burgers willen op hun beurt betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Dat kan gevolgen hebben voor productveiligheid. Zo leiden initiatieven van gemeenten om burgers een rol te geven bij de inrichting van de openbare ruimte met bijvoorbeeld speeltoestellen tot een discussie over wie verantwoordelijk is voor de veiligheid en het toezicht op de speeltoestellen. Dit heeft raakvlakken met de uitvoering van het toezicht door de NVWA omdat er mogelijk onduidelijkheid bestaat over de verantwoordelijkheidsverdeling.

Verantwoordelijkheden bij veilige consumentenproducten

Productveiligheid heeft een grensoverschrijdend karakter. Europese en nationale overheden, inspectiediensten/toezichthouders en bedrijfsleven moeten elk hun verantwoordelijkheid nemen, vanuit hun eigen rol, voor het op de markt plaatsen en verhandelen van veilige consumentenproducten en om te zorgen voor een gelijk speelveld in het kader van wet- en regelgeving. Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten.

Het bedrijfsleven is volgens de wet primair verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige consumentenproducten. Het beheersen van bestaande, maar ook het signaleren van nieuwe risico’s bij consumentenproducten, valt onder deze verantwoordelijkheid.

Uit onderzoek blijkt dat de Nederlandse detailhandel relatief veel kennis heeft van wetgeving, vergeleken met het gemiddelde van de Europese detailhandel.
Productveiligheid kent een uitgebreid stelsel van Europese en nationale wet- en regelgeving. Dit stelsel moet door het bedrijfsleven worden nageleefd zodat veilige consumentenproducten op de Europese markt worden aangeboden. Risicosignalen en -adviezen van het bedrijfsleven, politiek en/of de toezichthouder zorgen zo nodig ook voor nieuwe wet- en regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn het stimuleren van onderzoek naar de risico’s van nanomaterialen en het publiceren van een tijdelijk Warenwetbesluit e-sigaret.

Lees meer

Over het algemeen worden de kosten die gemaakt moeten worden om te voldoen aan de wet, gezien als een belemmering van de vrije handel. Het kunnen vinden en het begrijpen van wetgeving die in andere landen geldt, wordt ook als belemmerend ervaren. Uit Europees vergelijkend onderzoek blijkt dat de kennis over wetgeving bij de Nederlandse detailhandel, vergeleken met het gemiddelde van de Europese detailhandel, relatief groot is. Verder blijkt dat een op de vijf detailhandelaren denkt dat producten significant onveilig zijn. Een grote meerderheid (meer dan 80%) denkt dat er sprake is van actief toezicht. TNS Political & Social (op verzoek van de Europese Commissie): Retailer’s attitudes towards cross-border trade and consumer protection,  6 june 2013 (Flash Eurobarometer 359).

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkelt het beleid voor productveiligheid ter bescherming van de gezondheid van de burger. De NVWA houdt toezicht op basis van de wetgeving; kennisinstituten vervullen een belangrijke rol als het gaat om de (actuele) kennis over risico’s. De wet- en regelgeving rond productveiligheid is  relatief complex en omvangrijk. Dat vraagt inspanningen van het bedrijfsleven en de NVWA. De Europese commissie stuurt op het eenvoudiger maken van het stelsel.

De consument heeft een eigen verantwoordelijkheid daar waar het gaat om de aanschaf van consumentenproducten en het veilig gebruik daarvan. Daar waar het product of het gebruik ervan tot risico’s leidt, kunnen consumenten dat melden aan het bedrijfsleven of de overheid. Soms communiceert de toezichthouder erover en/of vragen de media er aandacht voor. Bedrijven reageren hierop of nemen zelf initiatief na klachten door bijvoorbeeld consumentenproducten niet meer te verkopen of terug te halen uit de handel, of terug te laten halen bij de consument (terugroepactie). In de periode 2012 – 2015 zijn er 254 terugroepacties uitgevoerd waarbij relatief veel speelgoed en elektrotechnische producten waren betrokken.
In hoeverre de consument zijn verantwoordelijkheid ook kan waarmaken, is voor zowel de producent als voor de overheid voortdurend een punt van aandacht. Risicocommunicatie en voorlichting door de overheid geeft de consument handelingsperspectief om veilige consumentenproducten te kunnen kopen en veilig te gebruiken. Openbaarmaking van toezichtresultaten geeft de consument inzicht in de risico’s van specifieke consumentenproducten. De NVWA heeft in 2015 en 2016 de inspectieresultaten openbaar gemaakt van onder andere de volgende productengroepen: baby en kinderartikelen, cosmetica, elektronische producten en speelgoed. Deze informatie wordt veelvuldig geraadpleegd.

Consumenten(belangen)organisaties proberen door eigen onderzoek en via het publieke debat het handelen van het bedrijfsleven en de overheid te beïnvloeden om veiligere consumentenproducten te krijgen. Onderwerpen zijn onder andere hormoonverstorende stoffen zoals bisfenol A, minerale oliën in verpakkingsmateriaal en chemische stoffen in textiel.

Toezicht en opsporing

De NVWA borgt de volksgezondheid door onder andere toe te zien op de naleving van de wettelijke eisen rond de veiligheid van consumentenproducten in Nederland. Dat doet de NVWA vanuit een breed scala aan wet- en regelgeving.

De NVWA is een handhavingsorganisatie in de brede zin van het woord. De NVWA houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door bedrijven en instellingen. De handhaving richt zich op het beïnvloeden van nalevingsgedrag door toezicht te houden (inspecties, importcontroles, audits, handhavingscommunicatie en het uitvoeren van opsporingsonderzoek) en door risicocommunicatie.

Samenwerken en vernieuwen

De NVWA speelt in op resultaten van het toezicht en signalen uit de omgeving. Door de dynamiek van productinnovaties moet de NVWA snel reageren op productontwikkelingen in de markt.

Door de mondiale markt van consumentenproducten zijn er veel samenwerkingsverbanden tussen (internationale) toezichtautoriteiten. Relevant voor het toezicht zijn signalen van consumenten en signalen van of over onveilige producten, binnen en buiten Nederland. Deze laatste komen meestal via het Europese RAPEX-systeem.

Toezicht wordt vaak ingezet in combinatie met andere instrumenten om de naleving door bedrijven te bevorderen of af te dwingen. Zo kan toezicht, in combinatie met voorlichting, risicocommunicatie en specifieke doelgroepenbenadering,  de risico’s van consumentenproducten voor de consument beperken. De effecten van toezicht op bedrijven kunnen (deels) ook verkregen en/of vergroot worden door branches en bedrijven op de juiste manier te benaderen en hun gedrag te beïnvloeden. De NVWA zet meer in op gedragsbeïnvloeding van de consument (onder andere campagne ‘Kinderen zien dingen anders’, app voor verantwoord zonnebank gebruik) en van bedrijven (Trade route Asia).

Risicocommunicatie wordt door  de NVWA steeds vaker ingezet als instrument. Inzet ervan is gericht op bewustwording van de consument en het bieden van een handelingsperspectief. Zo is voor het veilig laten zetten en verwijderen van tatoeages en piercings een voorlichtingscampagne ingezet en hebben VeiligheidNL en de NVWA in de periode 2010-2015 jaarlijks campagnes gevoerd over de nieuwe etikettering op huishoudchemicaliën. Voorbeelden zijn ‘De Etikettenloterij’ en ‘Geef kinderen geen keus’. Risicocommunicatie wordt ook ingezet om via de consument de handelswijze van bedrijven/ondernemers te beïnvloeden.

Voorlichtingcampagnes

In de periode 2010-2015 hebben VeiligheidNL en de NVWA jaarlijkse voorlichtingscampagnes over de nieuwe etikettering op huishoudchemicaliën gelanceerd. Voorbeelden zijn ‘Kinderen zien dingen anders’, ‘de Etikettenloterij’ en ‘Geef kinderen geen keus’. NVWA/VeiligheidNL: Etikettencampagne. Beklijk > Deze campagnes hadden tot doel de bewustwording van de gevaren verbonden aan het gebruik van chemische consumentenproducten te stimuleren en consumenten te wijzen op het handelingsperspectief dat voor veilig gebruik wordt gegeven via de etiketten op deze chemische consumentenproducten. Uit de evaluatie blijkt dat de gestelde doelen ruimschoots zijn gehaald.

De NVWA zet de komende jaren in op het verder openbaar maken van toezichtgegevens. Dit stimuleert bedrijven om te voldoen aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften. Tegelijkertijd wordt de consument geïnformeerd en krijgt daarmee een handelingsperspectief om veilige consumentenproducten te kunnen kopen en te gebruiken. Daarnaast zet de NVWA in op het actief en doelgericht communiceren over risico’s van consumentenproducten via internetplatforms. Bekijk >

Opsporing

Namaak en fraude staan internationaal steeds vaker op de agenda. Onbekend is in welke mate deze artikelen veiligheidsrisico’s met zich meebrengen.
De afgelopen jaren heeft de NVWA zich bij opsporing gericht op een aantal specifieke consumentenproducten. Dit betrof met name consumentenproducten die verhandeld worden aan de onderkant van de markt, waar moeilijk zicht op te krijgen is, daar waar met ‘reststromen’ uit productie en handel wordt gewerkt (bijvoorbeeld de dumphandel en handel in restpartijen) en namaakproducten, en het vervalsen van keuringsrapporten of verplichte documenten bij het importeren van goederen.
Het betrof laserpointers, cosmetica en attractietoestellen. Bij laserpointers gaat het om pointers met een hoeveelheid straling die niet is toegestaan en die oogschade kan veroorzaken. Bij cosmetica betreft het namaakproducten waarin  verboden stoffen aanwezig kunnen zijn die (mogelijk) een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren. Een voorbeeld van frauduleuze handelingen bij attractietoestellen is het vervalsen van keuringsrapporten.

Inhoudelijke aandachtspunten voor het toezicht 2017 – 2020

De NVWA oefent kennisgedreven risicogericht toezicht uit aan de hand van een gestructureerde analyse van risicobeelden, toezichtbeelden en fraudebeelden. Die speerpunten voor het toezicht worden bepaald op basis van analyses van ongevallenregistraties en meldingen, klachten, marktontwikkelingen en ontwikkelingen in wet- en regelgeving, signalen van (internationale) collega-toezichthouders en kennisinstituten, en signalen en informatie over (mogelijk) risicovolle consumentenproducten of over (slechte) naleving van bedrijven en bedrijfstakken. Dit is een continu proces waarbij de NVWA alert is op nieuwe ontwikkelingen die aandacht in het toezicht vragen.

Proces prioritering van het toezicht

De NVWA hanteert (2015) de aanpak van handhavingsregie (figuur 4). De basis voor het toezicht is het ontvangen van signalen en vergaren van informatie over (mogelijk) risicovolle producten of bedrijfstakken. In een continu proces worden deze signalen en informatie verwerkt en gewogen en wordt een risicoinschatting en -prioritering voor toezicht gemaakt. Eenmaal vastgesteld dat er een mogelijk risico is dat actie van de NVWA rechtvaardigt, wordt bepaald welke type toezicht of welke onderzoeksactie wordt ingezet. Na afloop van de acties wordt hierover gerapporteerd en worden de resultaten gepubliceerd en/of wordt een beleidsadvies gegeven. Ook worden klachten van consumenten of bedrijven in het toezicht verwerkt.

Figuur 4 Stappen handhavingsregie als basis voor het toezicht op productveiligheid
Bekijk het brondocument pagina 25 >

Onderstaande onderwerpen en productgroepen zijn momenteel prioritair in het toezicht van de NVWA, op het niveau van productonderzoeken en bedrijveninspecties.

Daarnaast heeft de NVWA ook per productgroep speerpunten vastgesteld.

Speerpunten per productgroep

Attractietoestellen

Veiligheid van attractietoestellen die gebruikt worden op kermissen

Goed beheer van attractietoestellen

Toezicht op de aangewezen keuringsinstanties (zie de resultaten hiervan in het onderdeel ‘Conformiteitbeoordelingsinstanties (CBI’s) voor productveiligheid)

Baby- en kinderartikelen

Voorkomen van vallen, beknellingen en verstikkingen

Controleren op voldoen aan de nieuwe chemische eisen gesteld in de speelgoedrichtlijn, waaronder CMRS-stoffen

Biociden

Niet toegelaten middelen met hoge consumentenblootstelling

Met biociden behandelde artikelen/producten, zogenaamde ‘treated articles’

Cosmetica

Aandacht voor etikettering, dossiers en meldingsplicht (declaratie van allergenen; toepassing van nanomaterialen)

Blootstelling van consumenten (met name kwetsbare groepen) aan CMRS-stoffen

Microbiologische verontreiniging met pathogenen (ziekteverwekkers)

Productie (vervaardiging) van veilige cosmetische producten (GMP)

Huishoudchemicaliën

Blootstelling van consumenten (met name kwetsbare groepen) aan CMRS-stoffen

Registratie en autorisatie van stoffen

Gevaarindeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels

Draagbaar klimmateriaal
Toezicht naar aanleiding van consumentenklachten
Toezicht in Europees verband (Europese projecten)
Elektrotechnische producten

Nieuwe verlichtingsapparatuur (als LED- en CLF-lampen en -armaturen)

Mobiele energiebronnen (onafhankelijk van lichtnet)

UV-apparaten (zonnebanken)

Toestellen in combinatie met water

Toestellen met hete aanraakbare onderdelen (gevaar voor brandwonden en brand)

Voor kinderen aantrekkelijke elektrotechnische producten

Gastoestellen

Koolmonoxidevergiftiging

Verhuur van gastoestellen

Machines
Het goedkoopste aanbod (onderkant van de markt)
Reactief toezicht naar aanleiding van incidenten
Verpakkingen en gebruiksartikelen

Blootstelling van consumenten (met name kwetsbare groepen) aan CMRS-stoffen

Documentatie / veiligheidsdossiers voor materialen en producten (Verklaring van Overeenstemming)

(Verplichte) importcontrole van nylon en melamine keukengerei uit China en Hongkong

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Reactief op basis van klachten

Beschermingsmiddelen tegen gehoorschade

Speelgoed en baby- en kinderartikelen

blootstelling van kinderen aan CMRS-stoffen

voorkomen van beknellingen en verstikkingen

controleren op voldoen aan de chemische eisen gesteld in de speelgoedrichtlijn

Speeltoestellen

(Juiste) typekeuring van nieuwe en geplaatste speeltoestellen

Goed beheer van geplaatste speeltoestellen

Tatoeages en piercings

Handhaving van het vergunningenstelsel ter bevordering van hygiënisch werken, inclusief aanpak illegale tatoeëerders en piercers

Veilige kleurstoffen voor tatoeage en permanente make-up (chemisch en microbiologisch)

Veilige piercingmaterialen in relatie tot allergieën

Textiel

Blootstelling van consumenten (met name kwetsbare groepen) aan CMRS-stoffen

Brandveiligheid

Samenvattend

Deze Staat van productveiligheid en het onderliggende brondocument geven een integraal overzicht van het thema productveiligheid. De Staat van productveiligheid beschrijft het stelsel van wet- en regelgeving en de actoren en hun verantwoordelijkheden en laat zien dat het thema productveiligheid zich kenmerkt door een breed scala aan consumentenproducten, grote volumes, hoge omzetsnelheden en veel productinnovatie.

De uitgebreide wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid van consumentenproducten is gericht op het beheersen van bekende risico’s, het reageren op concrete signalen van onveilige consumentenproducten én op het signaleren van mogelijke nieuwe risico’s.

De NVWA vervult als toezichthouder een cruciale rol in dit stelsel en houdt risicogericht toezicht op de naleving, zowel op het niveau van consumentenproducten als op niveau van de bedrijven die deze producten produceren en verhandelen. De NVWA richt haar toezicht in op basis van speerpunten die de resultante zijn van eigen gegevens en gegevens van derden, waaronder signalen van bedrijven en consumenten.
De NVWA oriënteert zich permanent op trends en ontwikkelingen die kunnen leiden tot nieuwe risico’s. Zo nodig signaleert en adviseert zij hierover aan het beleid.

Uit analyse van ongevals- en toezichtsgegevens blijkt dat er onveilige consumentenproducten op de Nederlandse markt komen. De NVWA heeft de omvang hiervan gekwantificeerd aan de hand van 4 indicatoren.

Vier indicatoren

De NVWA beschrijft aan de hand van een aantal indicatoren hoe het staat met de veiligheid van consumentenproducten in Nederland. Die indicatoren zijn:

  • het aantal ongevallen met letsel en overige gezondheidsschade gerelateerd aan het gebruik en de veiligheid van consumentenproducten;
  • de mate waarin consumentenproducten voldoen aan de wettelijke eisen;
  • de mate waarin bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen om veilige consumentenproducten op de markt te brengen;
  • de signalen uit de maatschappij (meldingen van bedrijven en consumenten).

Van de bijna 200.000 geregistreerde ongevallen met letsel waarbij consumentenproducten betrokken zijn, is 60 tot 80% toe te schrijven aan een verkeerd of onzorgvuldig gebruik van het consumentenproduct. Anders gezegd: tussen de 40.000 en 80.000 ongevallen zijn dus toe te schrijven aan factoren zoals productfalen, omgevingsfactoren en lichamelijke factoren. Daarvan is maximaal 20 – 50% (20.000 – 40.000) van de ongevallen gerelateerd aan consumentenproducten, toe te schrijven aan onveilige consumentenproducten. Kanttekening hierbij is dat het hier gaat om acute gezondheidsschade en dat het alleen de geregistreerde ongevallen betreft.

Ook uit de toezichtgegevens blijkt dat er regelmatig onveilige producten op de markt komen en dat er bedrijven zijn die de desbetreffende wet- en regelgeving onvoldoende naleven. Signalen van bedrijven en consumenten onderstrepen dit beeld.

De omvang van onveilige consumentenproducten op de Nederlandse markt moet echter wel worden afgezet tegen de enorme omvang en de grote variëteit aan consumentenproducten.