1. De markt van consumentenproducten

De consument komt 24 uur per dag in aanraking met een groot aantal consumentenproducten als huidverzorgingsproducten, wasmiddelen, doe-het-zelfproducten, keukenapparatuur, speeltoestellen. Deze consumentenproducten worden voor een deel in Nederland gemaakt of verhandeld. Zo’n 75% komt van buiten de EU, en daarvan komt weer een groot deel uit China. Via de haven van Rotterdam komt 25% van alle binnen de EU geïmporteerde consumentenproducten terecht bij 510 miljoen Europese consumenten (januari 2016). Eurostat: Population of the EU-28 on 1 January 2015. Bekijk > Voor een groot aantal productgroepen gelden specifieke normen en eisen, afgestemd op de gebruikersgroep. Het doel hiervan is dat de consumentenproducten die op de markt worden gebracht veilig genoeg zijn voor consumentengebruik.

Het bedrijfsleven en brancheorganisaties, de consumenten en consument(belangen)organisaties, de Europese commissie en lidstaten (voor wet- en regelgeving), evenals de overheid, de toezichthouders en kennisinstituten en de media hebben allen invloed op of dragen bij aan productveiligheid. Ondanks de inspanningen van alle marktpartijen om de veiligheid van consumentenproducten te waarborgen, gebeuren er toch ongevallen en kan gezondheidsschade optreden.

Economisch belang

In Nederland bedroeg in 2015 de omzet aan consumentenproducten ongeveer 85 miljard euro. Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2016. De waarde van de handelsstroom in consumentenproducten binnen de EU bedraagt volgens een berekening door de Europese Commissie rond de 3000 miljard euro (maart 2016). European Commission / DG GROW: Inception Impact Assessment, 2017/GROW/007, 13 mei 2016.

In de import en export van consumentenproducten gaan miljarden om. Binnen bepaalde marktsegmenten, bijvoorbeeld machines en textiel, is de concurrentie fel door nieuwe marktspelers en toename van de internethandel. Hierdoor staan verkoopprijzen onder druk. Fraude, zoals namaak, wordt steeds vaker aangetroffen. Uit een schatting in 2015 blijkt dat 5 tot 7% van de wereldhandel bestaat uit namaak-/imitatieproducten van bekende merken. Safety + Health. Beware of counterfeit electrical equipment. The official magazine of the NSC congress & expo. 26-10-2015. Bekijk > Onbekend is in welke mate deze artikelen veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Signalen, dat dit in Nederland ook speelt, zijn tot nu toe schaars.

Lees meer

Volgens Europol worden steeds meer producten nagemaakt zoals waspoeders, shampoo, condooms, geneesmiddelen, scheermesjes, balpennen, aanstekers, pesticides, tandpasta, routers, auto-onderdelen. Terwijl de criminele winsten eerst lagen in het grote verschil in prijs tussen luxeproducten en de geringe kosten van namaak, ligt nu het accent meer op handel in grotere volumes met geringere prijsverschillen. Die verschillen in prijs komen mede doordat de namaak van inferieure kwaliteit is. In 2012 is voor bijna 1 miljard aan nagemaakte goederen in beslaggenomen aan de EU-buitengrenzen.

Bron: Vansteenkiste, Ch. en Schotte, T. (2014). De rol van Europol in de strijd tegen voedselcriminaliteit. Justitiële verkenningen. Voedselcriminaliteit. Jaargang 40. Mei 2014. Den Haag

1.1. De consument

De consument is verantwoordelijk voor veilig gebruik van consumentenproducten. In hoeverre de consument deze verantwoordelijkheid ook kan waarmaken, is voor zowel producent als overheid voortdurend een punt van aandacht. De consument mag op grond van de Warenwet rekenen op bescherming tegen mogelijke negatieve gevolgen van productgebruik. De rechter gaat in de praktijk vrij ver in wat daar onder valt aan gebruiksscenario’s en hoe ver de fabrikant moet gaan in het nemen van veiligheidsmaatregelen. In een aantal gevallen is bijvoorbeeld de grens niet duidelijk tussen in gebruiksinstructies voorgeschreven veilig gebruik en het gebruik in de praktijk. Niet altijd is duidelijk of de consument ogenschijnlijk duidelijk herkenbare gevaren ook inderdaad als zodanig herkent. En deze dan vervolgens kan beheersen, vooral wanneer hij/zij behoort tot een kwetsbare groep. Boom, W.H., van Doorn, C.J.M.: Productaansprakelijkheid en productveiligheid, 2006. Bekijk website >

Over het algemeen herkent de consument onveilige consumentenproducten die een direct en waarneembaar gevaar kunnen opleveren. Bijvoorbeeld het zich branden aan een onverwacht heet oppervlak of vingerbeknelling bij een klapstoel. Dit geldt niet, of in mindere mate, voor onveilige consumentenproducten met een niet direct zichtbaar risico dat zich pas op lange termijn manifesteert, zoals het in contact komen met risicovolle chemische stoffen in consumentenproducten. Over het algemeen beseffen consumenten wel dat schoonmaak- en oplosmiddelen chemische stoffen bevatten. Dat geldt in mindere mate voor textiel, meubels, verzorgingsproducten, cosmetica en speelgoed.

Uit onderzoek Onkenhout, Hans et al: Informatiebehoefte omtrent producten in en om het huis, waarin chemische stoffen zitten (intern), Ruigrok / Netpanel, VeiligheidNL, 12 december 2014. blijkt dat de meeste Nederlandse consumenten behoefte hebben aan informatie over de gezondheidsrisico’s van consumentenproducten waarin chemische stoffen zijn verwerkt.

De mening van consumenten over de veiligheid van de specifieke productgroepen

Attractietoestellen

Consumenten

Ondanks het feit dat attractietoestellen werken met aanzienlijke krachten, snelheden en hoogtes, wordt dit in potentie hoge risico niet door consumenten als zodanig ervaren. Een deel zou je zelfs kunnen karakteriseren als ‘thrillseekers’. Er zijn geen berichten bekend dat consumenten attractieparken en kermisattracties mijden vanwege plaatsgevonden ongelukken.

Baby –en kinderartikelen

Omdat het gaat om producten voor erg jonge dus kwetsbare kinderen zijn ouders vaak extra voorzichtig. Hierdoor is het bewustzijn van risico’s erg groot en heeft men veel aandacht voor onderwerpen in de media. NVWA: Baby- en kinderartikelen. Vooral fora op internet worden steeds meer gebruikt om vragen te stellen en zorgen te uiten. Monitoring van de meest bezochte internetsite voor zwangere moeders en moeders met jonge kinderen levert op dat ouders zich het meest bekommeren om veilig vervoer, om veilig slapen en om de babyuitzet. Zo heeft men vragen over hoofd- en randbeschermers in wiegjes en ledikantjes en over rubbermatrasjes in campingbedjes , ingegeven door de angst voor wiegendood. Wanneer nieuwe producten op de markt verschijnen, dan vindt meestal snel uitwisseling plaats van informatie. Voorbeelden zijn losse beveiligingshekjes voor peuterledikantjes, magnetische veiligheidshaakjes voor kastdeuren en fopspenen van een nieuw materiaal. VNL: Maandrapportages online signaleringsplatform over augustus 2014 t/m mei 2015, (intern), 2015.

Biociden

In vergelijking met huishoudchemicaliën is de consument zich bewuster van de risico’s bij het gebruik van biociden. De consument acht zich goed geïnformeerd. Men herkent biociden als producten die gevaarlijke chemische stoffen kunnen bevatten. Instructies met waarschuwingen en aanwijzingen voor juist en veilig gebruik worden beter gelezen dan andere chemische producten zoals huishoudchemicaliën. Europese Commissie: Consumer understanding of labels and the safe use of chemicals, mei 2011(Special Eurobarometer 360).

Cosmetica

Over het algemeen hebben consumenten vertrouwen in cosmetische producten.
Als consumenten (veiligheids )informatie zoeken, doet bijna de helft dat op het moment van aankoop en voor het eerste gebruik. De informatie op het etiket wordt veruit verkozen boven de informatie op het internet of anderszins. De behoefte aan informatie is relatief gering in vergelijking met andere chemische producten als huishoudchemicaliën en klusproducten. De meest waarschijnlijke oorzaak is dat de kennis van consumenten over chemische stoffen in cosmetica gering is. De behoefte aan informatie over gezondheidsrisico’s is bij ouders met kinderen tussen de 0 en 4 jaar het grootst in vergelijking met ouders met kinderen in een andere leeftijdscategorie of zonder kinderen. Uit jaarverslagen van de NCV blijkt dat de belangrijkste vragen van consumenten gaan over cosmetica en allergie, nanomaterialen en etikettering, cosmetica en palmolie en cosmetica en hormoonverstorende stoffen.

Media kunnen voor consumenten aanleiding zijn om informatie te gaan zoeken en vragen te gaan stellen. Regelmatig worden door NGO’s bepaalde producten of ingrediënten in een bepaald daglicht gezet, wat vragen oproept bij consumenten. Voorbeelden hiervan zijn aluminiumoxide in deodorant, UV-filters in anti-zonnebrandmiddelen en de vermeende relatie tussen parabenen en borstkanker.

Onkenhout, Hans et al: Informatiebehoefte omtrent producten in en om het huis, waarin chemische stoffen zitten (intern), Ruigrok / Netpanel, VeiligheidNL, 12 december 2014.

Chemische stoffen

Consumenten

Uit onderzoek Onkenhout, Hans et al: Informatiebehoefte omtrent producten in en om het huis, waarin chemische stoffen zitten (intern), Ruigrok / Netpanel, VeiligheidNL, 12 december 2014. blijkt dat het merendeel van de Nederlandse consumenten behoefte heeft aan informatie over de gezondheidsrisico’s van consumentenproducten waarin chemische stoffen zijn verwerkt. Over het algemeen beseffen consumenten dat er chemische stoffen zitten in schoonmaak- en klusproducten. Dit geldt minder voor  producten als textiel, meubels, verzorgingsproducten, cosmetica en speelgoed.
Wanneer nagedacht wordt over producten in huis die chemische stoffen bevatten, dan maakt men zich de meeste zorgen over risico’s bij het gebruik door kinderen : jonge kinderen worden een kwetsbare groep gevonden die risico’s moeilijk of niet kan inschatten. Zo zijn er signalen dat kinderen (verpakkingen van) huishoudchemicaliën en doe-het-zelfproducten aantrekkelijker vinden dan speelgoed. VeiligheidNL: Helft jonge kinderen verkiest huishoudchemicaliën boven speelgoed, 2015. Dit wordt door ouders en andere consumenten samen met de eigen gezondheid als belangrijkste reden genoemd om beschermende maatregelen te nemen. Voor zichzelf schatten (volwassen) consumenten risico’s over het algemeen lager in.

Het etiket op het product speelt een zeer belangrijke rol. Men wil in één oogopslag duidelijke en visuele informatie zien over de gevaren bijvoorbeeld in de vorm van kleuren en pictogrammen. Daarnaast wil de consument ook informatie over hoe risico’s te voorkomen en hoe te handelen wanneer zich een risico voordoet. Men wil die informatie vooral zien op het moment van aankoop en bij gebruik. De informatie op verzorgingsproducten en cosmetica wordt relatief het minst bekeken. Ouders van kinderen onder de twaalf jaar doen meer moeite om de informatie over chemische stoffen en hun risico’s te bevatten. Websites spelen hierbij een steeds belangrijkere rol.

In de periode 2010 - 2015 hebben VeiligheidNL en de NVWA jaarlijkse voorlichtingscampagnes over de nieuwe etikettering op huishoudchemicaliën uitgevoerd. Voorbeelden zijn ‘Kinderen zien dingen anders’, ‘de Etikettenloterij’ en ‘Geef kinderen geen keus’. Deze campagnes hadden tot doel de bewustwording van de gevaren verbonden aan het gebruik van chemische consumentenproducten te stimuleren en consumenten te wijzen op het handelingsperspectief dat voor veilig gebruik wordt gegeven via de etiketten op deze chemische consumentenproducten. Uit de evaluatie blijkt dat de gestelde doelen ruimschoots zijn gehaald. NVWA/VeiligheidNL: Etikettencampagne. Bekijk >

Draagbaar klimmateriaal

In de arbeidssfeer zijn sinds een aantal jaren steigers verplicht voor werkhoogtes boven de 2,5 meter. Consumenten gebruiken voor die hoogtes vaak nog ladders. Daarbij komt dat consumenten ladders niet zo vaak gebruiken en dus weinig ervaring en kennis opdoen met werken op hoogte. Consumenten nemen ten opzichte van professionele gebruikers aanmerkelijk meer risico’s tijdens het klussen.
Vooral ouderen zijn vertegenwoordigd in de ongevalsregistraties. Enerzijds komt dit omdat men de eigen mogelijkheden overschat, anderzijds zijn de gevolgen van valongevallen bij ouderen over het algemeen ernstiger dan bij jongeren.

Elektrotechnische producten

Of een product elektrisch veilig is, kunnen consumenten niet goed beoordelen. Ze zijn alleen wat voorzichtiger wanneer gevaarlijke delen zichtbaar bewegen zoals bij mixers. Ze realiseren zich veelal niet dat de voeding (vaak 230V) in potentie zeer gevaarlijk is en dat zekeringen in huishoudelijke installaties pas werken bij zware overbelasting.
Consumenten kopen veruit de meeste elektrotechnische producten nog in fysieke winkels, maar oriënteren zich steeds vaker online en via sociale media als Twitter, Facebook, vergelijk.nl, kieskeurig.nl. Rabobank: Cijfers & trends wit- en bruingoedzaken, 13 mei 2015. De winkelkeuze is steeds onvoorspelbaarder. Het kopen gebeurt meestal niet in een opwelling. Aankopen worden vaker door vrouwen dan door mannen gedaan. Aanschaf online gebeurt in een Nederlandse online speciaalzaak. Bij de oriëntatie en aankoop wordt vooral belang gehecht aan kwaliteit, prijs, gebruiksmogelijkheden en technische aspecten, niet zozeer aan veiligheid. De consument vindt dat de fabrikant het meest verantwoordelijk is voor de veiligheid van het product en men vindt zichzelf in mindere mate verantwoordelijk. De helft van de consumenten let bij aankoop niet op de veiligheid. Het overgrote deel van de andere helft denkt dat de aanwezigheid van een CE-markering op een product een teken is dat het veilig is. Men beseft wel dat buiten de EU andere veiligheidseisen kunnen gelden dan binnen de EU. Over het algemeen wordt het risico op een ongeval met een elektrotechnisch product laag ingeschat. Wanneer wel een ongeluk gebeurt, dan voelt de consument zich in de meeste gevallen zelf schuldig omdat men te veel risico genomen heeft.
Als ingezoomd wordt op veiligheid, dan vindt de consument de aanwezigheid van instructies /gebruiksaanwijzingen bij het product het belangrijkst. Iets minder belangrijk vindt men de mogelijkheid dat een product kan worden teruggeroepen, dat het moet voldoen aan Europese veiligheidseisen en dat de fabrikant traceerbaar is.
Elektrische dekens en frituurpannen zijn volgens de consument de meest onveilige elektrotechnische producten.

Gastoestellen

De meeste consumenten hebben niet of nauwelijks besef van de risico’s van gastoestellen. Ze weten weinig van de omstandigheden die van invloed zijn op de veilige werking van gastoestellen. Uit onderzoek met een steekproef van duizend woningen door een energiebedrijf in de regio Eindhoven in 2004 bleek dat aan 25% van de cv-ketels nooit onderhoud wordt gepleegd. Economic Point of View B.V. (in opdracht van UNETO-VNI): Gastoestellen in Nederland, naar uniforme termijnen voor inspectie of onderhoud,  14 mei 2004. Ook zijn consumenten niet of nauwelijks op de hoogte van de geldende voorschriften voor installatie en plaatsing.

Machines (in de privésfeer)

Bij consumenten staat bij aankoop van machines veiligheid niet op de eerste plaats. Prijs, kwaliteit en technische eigenschappen komen eerst.
Veiligheid is wel van belang, maar consumenten gaan ervan uit dat de fabrikant zorg draagt voor een adequate veiligheid. Te veel leunen op de zorgplicht van de fabrikant leidt er toe dat feitelijke kennis over de veiligheid, dat wil zeggen over veilig gebruik, bij de consument te wensen overlaat. Na een ongeluk geven consumenten achteraf toe dat men het risico heeft onderschat.
Vooral mannen kopen of huren machines (83%). Ze kopen deze vooral in fysieke winkels, met name in bouwmarkten voor doe-het-zelvers. Indien toch in een internetwinkel wordt gekocht, dan wordt vooral gekocht in een in Nederland gevestigde internetwinkel. Het kopen gebeurt over het algemeen niet in een opwelling. Vooraf wordt informatie gezocht, voornamelijk op het internet.
Het belangrijkste aspect van veiligheid vindt men de aanwezigheid van een instructieboekje of een gebruiksaanwijzing bij de machine. Als een machine niet voldoet aan de Europese wetgeving, dan moet deze volgens consumenten teruggeroepen kunnen worden. De consument vindt het dus belangrijk dat de machine voldoet aan de Europese veiligheidseisen. Verder vindt men het belangrijk dat contactinformatie van de fabrikant beschikbaar is. Consumenten schatten de kans om zelf een ongeluk met een machine te krijgen laag in.

Naast kopers van machines is er een kleine groep consumenten die met name de wat zwaardere doe-het-zelf apparaten en aangedreven tuingereedschappen huurt.

Naast kopers van machines is er een kleine groep consumenten die met name de wat zwaardere doe-het-zelf apparaten en aangedreven tuingereedschappen huurt.

TNS NIPO (in opdracht van VeiligheidNL): Consumentenonderzoek elektrotechnische apparaten en machines,  april 2014.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Consumenten zijn niet bezig met niet-functionerende of falende persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit blijkt uit onderzoek via sociale media als Twitter, Facebook en internetfora. VeiligheidNl: Voorstel invulling activiteiten 2015-2016 Online Signalering, (intern), 6 maart 2015. Bij een aantal sportactiviteiten is het dragen van specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht, bijvoorbeeld een bitje en scheenbeschermers bij hockey.

Speelgoed

Ouders onderschatten regelmatig de snelheid waarmee kinderen zich motorisch ontwikkelen. Dit kan ertoe leiden dat kinderen hun ouders verrassen voordat deze de nodige voorzorgsmaatregelen hebben kunnen nemen. Slee - Wijffels, Fieke en Vehmeier – Heman, Marfielle: Pas op, kijk uit!, Unieboek | Het Spectrum, september 2014 Consumenten zijn wantrouwend daar waar het gaat om chemische risico’s. Goedkoop speelgoed kan ‘chemisch’ ruiken. Men  maakt zich zorgen om gevaarlijke stoffen als ftalaten, bisfenol-A en lood die aandacht in de media krijgen. NVWA: Stand van zaken speelgoed 2013 (intern), 1 maart 2013.

Speeltoestellen

Speeltoestellen nodigen kinderen uit tot het ontdekken en verkennen van de grenzen van hun vaardigheden. Dit is een onderdeel van het speelplezier. Speeltoestellen bieden kinderen daarom de mogelijkheid om te leren risico’s in te schatten en gevaren te omzeilen. Het uitbannen van alle risico’s in het ontwerp en de opstelling zou hier afbreuk aan doen. Het verkennen van grenzen maakt echter de kans dat er iets mis gaat ook groter. Daarom worden risico’s op builen, schrammen, splinters en eenvoudige, incidentele breuken aanvaardbaar geacht.

Tatoeëren en piercen

Als consumenten zich oriënteren op een tatoeage of piercing dan doen ze dat door het bezoeken van websites van shops of studio’s, het bevragen van familie, vrienden en kennissen, en het bezoeken van de website van de GGD. Uit onderzoek blijkt dat de artistieke kwaliteit belangrijker wordt gevonden dan de hygiëne en veiligheid. Complicaties na een behandeling worden vooral gezien als een gebrek aan nazorg door henzelf.
Over het algemeen worden de eerder omschreven gezondheidsrisico’s niet herkend door de consument . Het nagaan of de ondernemer een vergunning heeft, zou een voor de hand liggend handelingsperspectief kunnen zijn. Echter, wanneer al bekend is dat de ondernemer een vergunningsplicht heeft, dan moet de betreffende website met vergunninghouders (www.veiligtatoeerenenpiercen.nl) wel bekend zijn en met een zeker gemak gevonden kunnen worden. Verder zou de consument voor de behandeling aan de dienstverlener vragen moeten stellen over de behandeling en de nazorg Zweer, Judith, Gummins Tom: Evaluatie Warenwetbesluit tatoeëren en piercen, BA3918 (in opdracht van ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport), Research en Beleid, 8 december 2011.
Voor jonge consumenten speelt de prijs wel een rol met het gevaar dat ze terechtkomen bij illegale dienstverleners. Deze werken vaak tegen lagere prijzen, maar mogelijk ook minder hygiënisch.

Textiel

Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de Nederlandse consumenten behoefte heeft aan informatie over de gezondheidsrisico’s van consumentenproducten waarin chemische stoffen zijn verwerkt. Over het algemeen beseffen consumenten, dat er chemische stoffen zitten in schoonmaak- en klusproducten. Dit besef is minder waar het textiel, meubels, verzorgingsproducten, cosmetica en speelgoed betreft.

Onkenhout, Hans et al: Informatiebehoefte omtrent producten in en om het huis, waarin chemische stoffen zitten (intern), Ruigrok / Netpanel,VeiligheidNL, 12 december 2014.

1.1.1. Risicobewustzijn van de consument

Consumenten zijn zich in het algemeen goed bewust van de risico’s van acute gezondheidsschade bij het gebruik van consumentenproducten. Dit risicobewustzijn is wel afhankelijk van factoren als leeftijd, inschattingsvermogen, ervaring, informatiepositie en gebruiksomstandigheden.

Een onveilig product kan gezondheidsschade veroorzaken. Uit analyse van ongevalsregistraties met consumentenproducten blijkt echter dat gedrag en omstandigheden bij ongevallen een belangrijke rol spelen. Bepaalde doelgroepen, zoals jonge kinderen, lopen door hun handelingsmogelijkheden het meeste risico. De gevolgen van een onveilig product kunnen voor de ene groep ernstiger zijn dan voor de andere groep. Bij de productgroep ‘draagbaar klimmateriaal’ zijn bijvoorbeeld vooral ouderen vertegenwoordigd in de ongevalsregistraties. Dit komt omdat men de eigen mogelijkheden overschat. De gevolgen van valongevallen bij ouderen zijn over het algemeen ernstiger dan bij jongeren.

De gevolgen van het gebruik van een onveilig product kunnen voor de ene groep ernstiger zijn dan voor de andere. Zo kan een val van bijvoorbeeld een te zwak geconstrueerde tuinstoel voor een oudere persoon ernstigere (botbreuk) gevolgen hebben dan voor een kind.

Consumenten maken zich bij het gebruik van consumentenproducten in en rondom het huis het meest zorgen over risico’s voor kinderen, vooral voor jonge kinderen tot 3 jaar. Zo zijn er signalen dat kinderen (verpakkingen van) huishoudchemicaliën en doe-het-zelf producten aantrekkelijker vinden dan speelgoed. VeiligheidNL: Helft jonge kinderen verkiest huishoudchemicaliën boven speelgoed, 2015. Sommige productgroepen ervaart de consument niet als risicovol, terwijl deze dat wel degelijk zijn. Voorbeelden zijn attractietoestellen (aanzienlijke krachten, snelheden en hoogtes), draagbaar klimmateriaal (ladders en dergelijke), elektrotechnische producten (voeding 220 Volt) en gastoestellen (onvoldoende onderhoud CV-ketels).

Bepaalde categorieën consumentenproducten, bijvoorbeeld baby-en kinderartikelen, krijgen veel aandacht in de media en op internetfora (bijvoorbeeld vergelijkingswebsites). Mediaberichten kunnen voor consumenten aanleiding zijn om informatie te gaan zoeken en vragen te stellen. De consument verzamelt informatie via internet en sociale media over een product, stelt daar vragen en uit daar zijn zorgen.

De inschatting van de consument over de vraag wanneer een product veilig is, kan verschillen van de inschatting van de NVWA en experts van kennisinstituten. De consument kan via bijvoorbeeld sociale media, op verschillende manieren informatie verzamelen over een product waardoor hij/zij zich kan laten leiden door meningen van anderen. Percepties van de consument, politiek en van de expert kunnen uiteen lopen doordat belangen verschillen. Media besteden regelmatig aandacht aan zaken die vanuit het perspectief van de toezichthouder (nog) geen prioriteit hebben. Organisaties als non-gouvernementele organisaties (NGO's) die mogelijke gevaren melden, kunnen strengere normen hanteren dan normen, die de wet voorschrijft.

Consumenten(belangen)organisaties zoeken vanuit hun belang het publieke debat en proberen het handelen van bedrijfsleven en overheid te beïnvloeden, opdat consumentenproducten veiliger worden. Binnen Nederland zijn een aantal NGO’s actief. NGO’s en media maken consumenten bijvoorbeeld bewust van risico’s door hen te attenderen op het gebruik van risicovolle chemische stoffen in consumentenproducten. Regelmatig wordt door NGO’s aandacht gevraagd voor bepaalde consumentenproducten, terwijl deze consumentenproducten voldoen aan huidige wet- en regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn: parabenen en UV-filters in anti-zonnebrandmiddelen.

Over het algemeen heeft de Nederlandse consument meer dan de andere Europeanen vertrouwen in onafhankelijke consumentenorganisaties, verkopers en leveranciers, de overheid en bescherming door de in Nederland geldende regelgeving. Ook hebben Nederlandse consumenten meer vertrouwen in productveiligheid dan andere Europese consumenten. Volgens de EU-barometer is dit vertrouwen zelfs gestegen de afgelopen jaren. Flash eurobarometer 358, Europese commissie, 6 juni 2013. Houdingen van consumenten ten opzichte van grensoverschrijdende handel en consumentenbescherming.

Tabel consumentenvertrouwen

1.1.2. Gebruiksveranderingen

Consumentenproducten die in de handel verkrijgbaar zijn, voldoen aan de veiligheidseisen en normen voor de gebruikersgroep waarvoor ze bestemd zijn. Door een wijziging van gebruikersgroep, bijvoorbeeld gebruik door consumenten uit een andere leeftijdscategorie dan waar het product oorspronkelijk voor was bedoeld, kan het zijn dat de eisen en normen die voor het product gelden niet afdoende zijn voor deze nieuwe gebruikersgroep. Een voorbeeld is het gebruik van cosmetica (decoratieve make-up) door jonge kinderen. Wijzigingen in de gebruikersgroep vereisen extra aandacht van alle betrokkenen voor een blijvend veilig gebruik.

Wijzigingen in onder andere leefwijze zorgen voor verandering van de productie of het gebruik van consumentenproducten. Zo zorgen meer aandacht voor gezondheid en voedselkwaliteit, de toename van internetgebruik, nieuwe politieke opvattingen zoals meer aandacht voor duurzame verpakkingsmaterialen, of de trend dat ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen, evenals vergrijzing van de Nederlandse bevolking ook voor ander gebruik van consumentenproducten en zo mogelijk voor andere normen of voor innovatieve consumentenproducten.

1.2. Het bedrijfsleven

Het bedrijfsleven is primair verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige consumentenproducten. De handel in consumentenproducten is mondiaal en omvangrijk.

1.2.1. Verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor veilige consumentenproducten

Fabrikanten, importeurs en distributeurs

Het aanbod van fabrikanten en aanbieders aan consumentenproducten is zeer talrijk en gevarieerd. Vaak is er sprake van een combinatie van rollen. Veel fabrikanten zijn bijvoorbeeld ook EU-importeur. Import van bepaalde consumentenproducten kan een nevenactiviteit zijn. Dat kan mogelijk resulteren in minder aandacht voor productveiligheid.

Handelsstromen en ketens productveiligheid en verantwoordelijke partijen
Figuur 6 Handelsstromen en ketens productveiligheid en verantwoordelijke partijen.

Internetaankopen, tweedehandshandel, recycling, branchevervaging en handel in wisselende consumentenproducten zijn hedendaagse ontwikkelingen die van invloed zijn op de veiligheid van consumentenproducten. Producenten van en handelaren in consumentenproducten zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van veilige consumentenproducten op de markt, die  moeten voldoen aan de voor het desbetreffende product geldende wetgeving. Voldoen ze hier niet aan, dan moet ook het product uit de handelsketen worden genomen. Bij een ernstig veiligheidsrisico moet ook bij de consument worden teruggeroepen.

Verhuurders vormen een bijzondere groep binnen de distributeurs omdat zij verantwoordelijk zijn voor de juiste installatie en voor voldoende onderhoud en bijbehorende veiligheidsinstructies. Het betreft bijvoorbeeld verhuurders van gasnetafhankelijke toestellen (geisers en cv-ketels in woningen), maar ook verhuurders van elektrotechnische producten (bijvoorbeeld bouwlampen en ander professioneel gereedschap verhuren).

Dienstverleners, exploitanten, beheerders

Dienstverleners, exploitanten of beheerders die consumentenproducten aanbieden, dragen vooral verantwoordelijkheid voor goed beheer en onderhoud van deze consumentenproducten, en soms voor het verstrekken van informatie over het veilig gebruik ervan.

Het betreft:
Brancheorganisaties

Brancheorganisaties leveren onder andere een bijdrage aan het naleefgedrag van aangesloten leden. Zo geven zij bijvoorbeeld voorlichting en advies aan hun leden over de interpretatie van nieuwe regelgeving voor specifieke consumentenproducten.

1.2.2. Risicobewustzijn van het bedrijfsleven

Handelsstromen en innovaties brengen risico’s voor productveiligheid mee. Het bedrijfsleven is primair verantwoordelijk voor het beheersen van deze risico’s. De producent is ook verantwoordelijk voor de veiligheid van het op de markt brengen van consumentenproducten op basis van onder andere nieuwe technieken en nieuwe materialen. Hiertoe moeten door de producent alle potentiële effecten in de keten en de rest van de industrie worden bekeken en alle relevante stakeholders moeten tijdig worden betrokken. Perceptie en imago, Papier- en kartonproducten zijn onderdeel van een duurzame circulaire en biobased economie, Koninklijke Vereniging van Papier- en Kartonproducten, laatst gezien 13 juli 2015.

De Nederlandse detailhandel is, vergeleken met de Europese detailhandel, goed bekend met relevante wetgeving. Verder blijkt dat een op de vijf detailhandelaren denkt dat consumentenproducten significant onveilig zijn. Een grote meerderheid (meer dan 80%) denkt dat er sprake is van actief toezicht. TNS Political & Social (op verzoek van de Europese Commissie): Resultaten voor Nederland. Retailer’s attitudes towards cross-border trade and consumer protection, 6 june 2013. (Flash Eurobarometer 359).

De naleefbereidheid door en het risicobewustzijn van het bedrijfsleven verschillen per productgroep. Niet-naleven van regels kan voorkomen uit gebrek aan kennis en/of onduidelijkheid in de regelgeving. Van enkele productgroepen (bijvoorbeeld attractietoestellen) is de kennis van een aantal producenten of exploitanten over de wettelijke verplichtingen gebrekkig. Bij andere productgroepen als baby- en kinderartikelen handelen fabrikanten en EU-importeurs over het algemeen weloverwogen en bewust.

Kennis en bewustzijn van bedrijfsleven per productgroep

Attractietoestellen

Aangewezen keuringsinstanties geven aan dat niet voldoen van producenten aan de wettelijke verplichtingen voor ontwerp en productie vaak terug te brengen is op een gebrekkig kennisniveau. Dit blijkt tijdens de eerste keuring in de vorm van tekortkomingen die worden geconstateerd.
Exploitanten van attracties ervaren kwaliteitsverschil in de keuringen door aangewezen keuringsinstanties. Exploitanten van attractieparken zijn nog meer dan kermisexploitanten gevoelig voor (negatieve) publiciteit. Oostdijk André et al: Het WAS gewogen; Beleidsevaluatie Warenwetbesluit attractie en speeltoestellen, Berenschot, 21 december 2011.
De georganiseerde ondernemingen in deze marktsector zijn verenigd in de Nederlandse Kermisbond (NKB) en de Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders (BOVAK).

Baby –en kinderartikelen

Over het algemeen opereert de groep fabrikanten en EU-importeurs weloverwogen en bewust en kent een hoog veiligheidsbesef. Als sprake is van niet naleven van regelgeving, dan komt dit meestal voort uit gebrek aan kennis en/of onduidelijkheid in de regelgeving. Ondernemers van babyspeciaalzaken verwachten een verdere verschuiving van verkoop naar het internet en groei van de tweedehands handel. Er wordt niet expliciet aangegeven wat de mogelijke gevolgen voor de veiligheid zijn.

Biociden

Over het algemeen zijn in Nederland gevestigde fabrikanten goed op de hoogte van de regelgeving. Dit geldt ook voor distributeurs, die uit andere EU-lidstaten importeren en voor importeurs van buiten EU. Zij moeten immers beschikken over de kennis om de toelating en registratie te kunnen regelen en om productautorisatie aan te kunnen vragen.
Het kennisniveau bij distributeurs die fungeren als tussenhandel naar de detailhandel en professionele gebruikers, zoals de wellness-sector, is lager. Er is een geringe kans dat niet -toegelaten biociden in hun handelskanalen terechtkomen. Deze kans is groter bij detailhandelaren. Uit de praktijk is gebleken dat hun kennis van de regelgeving betreffende biociden gering is. Zij vertrouwen op hun leveranciers.
Brancheorganisaties die op het terrein van biociden actief zijn, zijn Platform Biociden en NVZ/Nedefa.

NVWA: Stand van zaken biociden 2013 (intern), februari 2013.

Chemische stoffen Huishoudchemicaliën

Producenten van chemische stoffen hebben over het algemeen veel kennis over wet- en regelgeving. Ditzelfde geldt voor de afnemers – de producenten van mengsels – voor zover ze georganiseerd zijn in brancheverenigingen. Daarentegen is de kennis relatief laag bij importeurs van met name van trendproducten als decoratieve geurstoffen.
Bij importeurs van voorwerpen waar mogelijk onbedoeld stoffen uit vrij kunnen komen, is de kennis het laagst, terwijl het om een hele grote groep bedrijven gaat.

Voorbeelden van brancheorganisaties van producenten en importeurs van chemische stoffen in consumentenproducten zijn de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI; vooral basischemie), Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten (NVZ), Nederlandse Aërosolen Vereniging (NAV), Vereniging van verf-en drukinkt fabrikanten (VVVF), Nederlandse Rubber-, Recycling- en Kunststofindustrie (NRK), Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP), Nederlands Verbond van detailhandelaren in Verf en Wandbekleding (NVVW), Vereniging van winkelketens in de Doe Het Zelfbranche (VWDHZ) en Detailhandel Nederland.

Cosmetica

Stakeholders

Het georganiseerde deel van de cosmeticasector, met als belangrijkste speler de branche- organisatie Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV), Nederlandse Cosmetica Vereniging: Jaarverslag 2013 XL, 2014. is bewust bezig met veiligheid. De NCV adviseert leden  en, beheert een website waarin geadviseerd wordt over veilig gebruik. Men is zich bewust van het meldpunt
www.cosmeticaklachten.nl
Het belang van veilige cosmeticaproducten wordt ook gedeeld door belangenorganisaties. Zo beveelt KWF Kankerbestrijding bijvoorbeeld het gebruik aan van veilige zonnecosmetica.

Draagbaar klimmateriaal

Ondernemers hebben moeite met het verschil tussen de Europese en Nederlandse wetgeving. Uit jurisprudentie waarin de maatregelen van de Nederlandse overheid getoetst zijn aan het Europese Verdrag dat het vrije verkeer van goederen in de Europese Ruimte regelt, blijkt dat de Nederlandse overheid in het gelijk is gesteld, op een enkele uitzondering na.
Voor professionele gebruikers en kopers van draagbaar klimmateriaal is er het Komo Klimkeur-certificaat. Dit is een vrijwillig keurmerk, opgezet door Nederlandse ladderfabrikanten. Naast voldoen aan nationale wetgeving en normen moet het product voldoen aan extra veiligheidseisen om in aanmerking te komen voor dit certificaat. Dit wil niet per se zeggen dat ladders die niet beschikken over dit certificaat minder veilig zijn of niet voldoen aan de regels. Het keurmerk speelt geen rol in het toezicht door de NVWA. Omdat consumenten ook professionele ladders kunnen gebruiken en kopen, kunnen ze met dit certificaat in aanraking komen.
De Vereniging van Steiger -, Hoogwerk-en Betonbekistingbedrijven (VSB) is een organisatie die zich bezighoudt met de branche draagbaar klimmateriaal.

Elektrotechnische producten

Kleine ondernemers binnen deze sector vinden dat ze weinig tijd en geld hebben om op de hoogte te blijven van de regels waar ze aan moeten voldoen. Grotere ondernemers die A-merken op de markt brengen, achten zich over het algemeen goed op de hoogte van de regels, wetten en normen. Echter, zij vinden dat de naleving van de regels bij kleine ondernemers en bij online ondernemers vaak lager is, omdat ze wat makkelijker uit het zicht van de NVWA kunnen opereren. Voor hen wordt de pakkans laag geschat. Breed wordt gedeeld dat een verandering van regels, wetten en normen niet tijdig zichtbaar wordt en snelle doorvoering ervan voor fabrikanten en importeurs daardoor niet altijd haalbaar is. De NVWA zou meer aandacht moeten besteden aan online ondernemers en 'cowboys' (branchevreemde handel). Er wordt binnen de Europese Unie nog steeds een groot verschil in regelgeving tussen lidstaten ervaren door ondernemers. Dit komt mogelijk door het verschil in toezichtaandacht tussen de lidstaten in plaats van verschil in regelgeving.
Organisaties die zich met veiligheid bezighouden in de branche elektrotechnische producten, zijn Vereniging van Leveranciers van Huishoudelijke apparaten in Nederland (VLEHAN), Nederlandse Licht Associatie (NLA), Uneto-VNI en Vereniging Importeurs Verre Oosten (VIVO).

Bemer, Elmara: Attitude ten aanzien van de veiligheid van elektrotechnische apparaten & machines en de NVWA, TNS NIPO (in opdracht van VeiligheidNL), 23 april 2014.

Gastoestellen

Fabrikanten en importeurs van gasnetafhankelijke gastoestellen zijn over het algemeen bewust bezig met veiligheid. Met name bij de EU-importeurs van gastoestellen voor recreatief gebruik - de zogeheten gasnetonafhankelijke toestellen - is niet altijd de kennis en het besef aanwezig om te beoordelen of voldaan is aan de administratieve en technische wettelijke eisen van vaak in het Verre Oosten gefabriceerde gastoestellen.
Enkele organisaties binnen de branche gastoestellen zijn de belangenorganisatie voor Nederlandse fabrikanten van cv-ketels en andere warmte- en warmwater voorzieningen (VFK) en de Vereniging voor Leveranciers Huishoudelijke apparaten Nederland (VLEHAN).

Machines (in de privésfeer)

De grote ondernemers zijn over het algemeen goed op de hoogte van productveiligheid en de daarbij horende regelgeving. Daarentegen ontbreekt het kleinere ondernemers vaak aan mogelijkheden (geld, personeel en tijd) om goed op de hoogte te blijven. Onveilige producten komen vooral voor in de internethandel en bij handelaren in goedkope B-merken, onbekende merken of merkloze producten.
Cirkelzagen, zaagmachines en snoeimachines worden door ondernemers genoemd als relatief onveilige producten. Dit heeft te maken met het bij de machine horende intrinsieke gevaar, waardoor bij onoordeelkundig gebruik sneller sprake is van serieuze gezondheidsschade (amputatie).
De Federatie Agrotechniek, Koninklijke Metaalunie, Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD), Verhuren Nederland, Orgalime, de European Garden Machinery Federation (EGMF) en Eurocommerce zijn organisaties die te maken hebben met de machinebranche in de privésfeer.

Voedselcontactmaterialen

Brancheorganisaties in deze marktsector zijn onder andere de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), de Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in Papier- en verpakkingsmaterialen (NVGP) en de Vereniging van Leveranciers van Huishoudelijke Apparaten in Nederland (VLEHAN). Kennisinstituten op dit terrein zijn het Nederlandse Verpakkingscentrum (NVC), het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) en het Kenniscentrum papier en Karton (KCPK).
Binnen onderdelen van de verpakkingssector is duurzaamheid een speciaal discussiepunt, bijvoorbeeld bij de inzet van nieuwe vezels uit lokale bronnen in de papier- en kartonsector. Men is zich ervan bewust dat alle potentiële effecten in de keten en de rest van de industrie moeten worden bekeken, en dat de rest van de industrie tijdig met alle relevante stakeholders bij de ontwikkeling moeten worden betrokken. Koninklijke Vereniging van Papier- en Kartonproducten: Perceptie en imago, Papier- en kartonproducten zijn onderdeel van een duurzame circulaire en biobased economie.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Ondernemers die handelen in persoonlijke beschermingsmiddelen voor gebruik in de professionele sfeer beschikken vooral over  kennis van persoonlijke beschermingsmiddelen en regelgeving. Ondernemers die handelen in persoonlijke beschermingsmiddelen voor consumenten lijken minder kennis te hebben van de regelgeving en de producten die ze verhandelen dan ondernemers die handelen in professionele producten.
Betwijfeld mag worden of (detail)handelaren die handel in persoonlijke beschermingsmiddelen ‘erbij doen’, zoals sportzaken, voldoende kennis hebben van een juiste keuze, toepassing en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. NVWA: Stand van zaken persoonlijke beschermingsmiddelen 2013 (intern), 1 maart 2013
Dit geldt niet voor speciaalzaken voor bergsport en duiksport, waar voldoende kennis over deze middelen is. Organisaties in deze marktsector zijn AVAG  (branchevereniging die zich inspant voor veiligheid, gezondheid en welzijn in de werkomgeving ) en de European Safety Federation (ESF).

Speelgoed

De georganiseerde ondernemingen in deze marktsector, via brancheorganisaties als ORNES (Organisatie van Nederlandse Speelgoedleveranciers), GEBRA (Vereniging Gezamenlijke Branches) en de Europees brancheorganisatie TIE, zijn zich over het algemeen bewust van hun rol als het gaat om de kwaliteit en veiligheid van speelgoed.

Speeltoestellen

Brancheorganisaties die zich bezighouden met speeltoestellen zijn de branchevereniging Spelen&Bewegen, de brancheorganisatie van speeltuinverenigingen (NUSO) en de vereniging van Recreatieondernemers Nederland (RECRON).

Tatoeëren en piercen

Als het gaat om het gebruik van veilige tatoeage- en piercingmaterialen die voldoen aan de wettelijke eisen, dan zijn dienstverleners vooral afhankelijk van hun leveranciers. Zelf geven ze aan niet in staat om dit te beoordelen of te toetsen. Deze verantwoordelijkheid is er echter wel wanneer ze de materialen rechtstreeks vanuit het buitenland betrekken.
Het draagvlak voor het huidige vergunningenbeleid is onder ondernemers niet hoog. Er zijn bezwaren tegen de kosten en de korte geldigheidstermijn van de vergunning (3 jaar). Tatoeëerders uiten twijfels bij de gehanteerde inspectiemethodiek van aangekondigde inspecties door de GGD bij de vergunningverlening, en bij het optreden van de inspecteur ter plaatse. De perceptie van de omvang van illegale praktijken is veel groter dan blijkt uit consumentenonderzoek. Niet alle gedachten achter de richtlijnen worden doorgrond. Overigens is er wel een groot draagvlak voor het hygiënisch werken.

Brancheorganisaties met activiteiten en/of leden die actief zijn op het terrein tatoeëren en piercen zijn de Belangenbehartiging voor Tatoeëerders en Piercers (BVTP), de Nederlandse Juweliers-en uurwerkbranche (NJU), brancheorganisatie schoonheidsverzorging (ANBOS ), en het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA).

Het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) van het RIVM ontwikkelt hygiënerichtlijnen onder andere voor tatoeëren en piercen en adviseert gemeenten en GGD'en bij de uitvoering van hun inspectietaak tatoeëren en piercen. Daarnaast
publiceert het LCHV samen met de NVWA regelmatig over actuele zaken, zoals over de registratie van vergunninghouders op de website www.veiligtatoeerenenpiercen.nl.

Textiel

De regelgeving is divers, zowel specifiek als niet -specifiek, en wordt door ondernemers vaak niet goed begrepen. NVWA: Meerjarenbedrijfsplan NVWA 2014-2018, (intern), februari 2014.
Brancheorganisaties die zich bezig houden met textiel zijn Modint (branchenetwerk van fabrikanten, importeurs, agenten en groothandelaren in kleding, modeaccessoires, tapijt en (interieur)textiel), de Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Textiel (VGT) en INretail (brancheorganisatie in retail non-food).

1.3. Overheid, toezichthouders en kennisinstituten

1.3.1. Nationale overheid

De rol van de overheid is kaderscheppend, beleidsbepalend, wetgevend en toezichthoudend. Ook vervult de overheid de rol van ‘kennismakelaar’. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkelt het beleid voor productveiligheid ter bescherming van de gezondheid van de burger. Het ministerie van Economische zaken (EZ) heeft een rol in het EU wetgevingstraject vanuit het oogpunt van de interne markt.
De Nederlandse overheid zorgt voor nationale wetgeving, daar waar er geen Europese regels zijn.

1.3.2. Europese Unie en Raad van Europa

Op Europees niveau, in een samenspel tussen de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees parlement wordt onder andere door de Europese Commissie geharmoniseerde wet- en regelgeving uitgevaardigd in afstemming met de EU-lidstaten. Daarnaast is de Raad van Europa (Council of Europe) betrokken bij een aantal specifieke productgroepen waarvoor nog geen geharmoniseerde wetgeving geldt.

1.3.3. Toezicht

Toezichthouders zien erop toe dat de regels worden nageleefd. De NVWA is in Nederland één van de zes marktoezichthouders die met non-food producten te maken heeft (Verordening 765/2008), elk heeft een eigen toezichtgebied: de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW), Agentschap Telecom (AT) en de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ).

Toezichthouders betrokken bij consumentenproducten

Voor consumentenproducten is de NVWA niet de enige toezichthouder. Op het gebied van bijvoorbeeld verkeersveiligheid, energie, milieu en gezondheid- en arbeid-gerelateerde aspecten zijn er andere toezichthouders voor consumentenproducten. Dit toezicht betreft veelal andere regelgeving. Onderstaande figuur geeft een overzicht van deze toezichthouders.

Toezichthouders betrokken bij non food consumentenproducten
Figuur 3 Toezichthouders betrokken bij consumentenproducten.

De NVWA ziet toe op de naleving van de wetgeving voor consumentenproducten. Het toezicht door de NVWA is van belang bij het borgen van de productveiligheid en is gericht op het bevorderen en zo nodig afdwingen van naleving van wet- en regelgeving door het opleggen van maatregelen. Naast deze handhavingstaak heeft de NVWA ook een taak op het gebied van risicobeoordeling, het signaleren van en adviseren over nieuwe risico’s, en voor de risicocommunicatie; het communiceren over (nieuwe) risico’s naar ondernemers, consumenten en burgers. Bekijk NVWA BuRO>

1.3.4. Kennisinstituten

Kennisinstituten zorgen voor (toegepaste wetenschappelijke) kennis over productveiligheid en verzorgen analyses en keuringen. De wetenschappelijke kennisfunctie van de overheid voor chemische veiligheid van producten is belegd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Op Europees niveau is deze rol belegd bij ECHA voor chemische stoffen in producten en bij EFSA voor voedselcontactmaterialen. De kennisfunctie voor de fysische, mechanische en elektrotechnische productveiligheid zit vooral bij (commerciële) onderzoeksinstellingen met een wettelijke bevoegdheid om consumentenproducten te keuren voor toelating op de Europese of Nederlandse markt. Het gaat hierbij om zogenoemde Notified Bodies (Nobo’s) en om aangewezen keuringsinstellingen (AKI’s). VeiligheidNL is een instituut met veel deskundigheid op het gebied van ongevallen en veilig gedrag, en zorgt voor monitoring van ongevallen.

Tweedelijnstoezicht op AKI’s en Nobo’s

Voor bepaalde producten wordt in de wetgeving een conformiteitsprocedure voorgeschreven. Deze procedures dienen ertoe bij te dragen dat het - daarna - in de handel gebrachte product voldoet aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. Deze procedures worden uitgevoerd door de minister van VWS aangewezen keuringsinstellingen. Als deze instellingen procedures uitvoeren die worden voorgeschreven in zuiver nationale (dus niet-Europese) wetgeving, dan heten ze Aangewezen Keuringsinstellingen (AKI’s). Instellingen die procedures uitvoeren die zijn voorgeschreven in Europese wetgeving, heten Notified Bodies (NoBo’s). De NVWA houdt toezicht op deze keuringsinstanties voor in de wet beschreven keuringen van producten. Dit zogenoemde tweedelijnstoezicht vindt plaats met hulp van audits en bijbehorend documentenonderzoek. Bovendien houdt de NVWA toezicht op de veiligheid van op de markt aangeboden producten door middel van controles en door monstername, soms in combinatie met laboratoriumonderzoek. De signalen volgend uit deze productgerichte controles spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het toezicht op de instanties. Ook certificatie en/of accreditatie van het kwaliteitssysteem van de AKI’s wordt meegenomen bij het uitoefenen van het toezicht.

1.3.4.1. Instituten voor ongevallenregistraties

Instituten die ongevallen registreren waarbij consumentenproducten betrokken kunnen zijn en op deze wijze kennis opdoen, zijn VeiligheidNL (die gegevens krijgt van onder andere de Spoedeisende Hulp (SEH)-afdelingen van ziekenhuizen, de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Brandwondencentra Nederland (VSBN), het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum (NVIC) en het RIVM. www.veiligheid.nl
www.rkz.nl/vsbn
www.vergiftigingen.info
www.rivm.nl

1.4. Media en internet

De consument krijgt via de media en internet informatie over onveilig gedrag, over mogelijke risico’s en over resultaten van inspecties van de NVWA. Daarnaast gebruiken bedrijven de media en internet voor het waarschuwen van consumenten voor gevaarlijke producten en om producten waar iets niet mee in orde is, terug te roepen. Boom, W.H., van Doorn, C.J.M.: Productaansprakelijkheid en productveiligheid, 2006. Bekijk website > Media hebben invloed op de wijze waarop de politiek onderwerpen met betrekking tot de productveiligheid waarneemt en oppakt. Rijksbrede Trendverkenning Strategieberaad Rijksbreed, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, juni 2013. Op consumentenfora op het internet en via sociale media wisselen consumenten informatie uit over ervaringen met (het gebruik van) consumentenproducten.

1.5. Trends, ontwikkelingen

Mondiaal

Consumentenproducten worden wereldwijd geproduceerd. Een groot aantal consumentenproducten - naar schatting zo’n 75% - komt van buiten de EU. De meeste komen uit China. Nederland heeft een bijzondere positie en verantwoordelijkheid in de EU door de haven van Rotterdam. Hier komt 25% van alle EU-importconsumentenproducten binnen. Eenmaal de EU binnengekomen en doorgelaten, heeft het product vrije toegang tot de markten van alle EU-lidstaten met 510 miljoen consumenten (januari 2016). Eurostat: Population of the EU-28 on 1 January 2015. Bekijk > Productielocaties verschuiven in de komende jaren, onder andere van China naar landen als Vietnam, India, Pakistan, Maleisië, Indonesië en Thailand. Ook keert productie terug richting Europa (bijvoorbeeld naar Turkije) of de Verenigde Staten.

Overzicht productielanden

Het volgende figuur laat een overzicht zien van import uitgesplitst naar land. Aan importeurs is gevraagd waar zij hun producten vandaan halen. Enkele bekende risicolanden zijn specifiek voorgelegd. Import uit landen van de EU buiten beschouwing latend, laat de figuur zien dat importeurs het vaakst uit China importeren. Daarnaast worden op respectabele afstand India en Thailand genoemd. Daarbij valt op dat alle bedrijven die uit Thailand, Vietnam, India of Indonesië importeren, ook uit China importeren. Veel importeurs halen overigens tegelijkertijd ook producten uit landen van de Europese Unie (Research voor beleid). VWA: Productveiligheid in de non-food sector: naleving van bedrijfsvoeringsverplichtingen inzake productveiligheid en de effectiviteit van het toezicht door VWA – eindrapport, 31 augustus.

Importeurs uitgesplitst naar land (Research voor beleid, 2009)
Figuur 7 importeurs uitgesplitst naar land herkomst goederen.

Voor de productenstroom uit China ontwikkelde Nederland een aparte aanpak die is vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MOU), vooralsnog in de vorm van een pilot voor speelgoedartikelen. Het doel daarvan is om de import van onveilige consumentenproducten te beperken. Ontwikkelingen laten zien dat steeds meer import vanuit andere (Aziatische) landen plaatsvindt. Dit kan import van meer onveilige consumentenproducten betekenen.

Samenwerking met China en andere landen buiten de EU

Vanwege de grote handelsstroom uit China en de berichtgeving over onveilige en namaakproducten uit China is een speciale aanpak ontwikkeld. Het gaat hierbij om een aanpak bij de bron - de fabrikanten in andere landen buiten de EU - door afspraken te maken met de betreffende Chinese autoriteiten, over het aansluiten van het Chinese op het Nederlandse toezicht. In 2011 is voor productveiligheid een samenwerkingsovereenkomst (Memorandum of Understanding) gesloten met de Chinese toezichtautoriteit AQSIQ. Zo’n 65% van de RAPEX-meldingen gaan over uit China afkomstige producten. Afgezet tegen het aandeel van goederen uit China (75%) is dat een relatief klein aantal. Desalniettemin vertegenwoordigen ze nog steeds een grote goederenstroom. Inzet van de samenwerking tussen Nederland en China is om te komen tot een naadloze export-import controleketen. Goederen die reeds in China zijn gecontroleerd op compliance met EU-wetgeving kunnen dan in het kader van de buitengrenscontroles van de EU een speciale status krijgen (minder toezicht). Ook Zuid-Korea heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn in een dergelijke vorm van samenwerking. Productielocaties zullen in de komende jaren gaan verschuiven. De snel stijgende loonkosten in China bevorderen dit. Productie verschuift daarmee naar landen als India, Indonesië, Thailand, Pakistan en Maleisië. Ook keert productie terug in de richting van Europa (Turkije) of de Verenigde Staten. Investeren in connecties met belangrijke productielanden buiten de EU is voor een effectief toezicht binnen de EU cruciaal.

Verkooppunten

Speciaalzaken verdwijnen en branches vervagen door branchevreemde verkoop in bijvoorbeeld supermarkten of door de verkoop van dumppartijen via het internet. Consumentenproducten in Nederland worden aangeboden of zijn beschikbaar op ongeveer 250.000 locaties: variërend van groothandels en reguliere winkels tot speelplaatsen. Door branchevervaging en branchevreemde verkoop bestaat de kans op gebrekkige kennis bij importeurs en detaillisten over specifieke gevaarsaspecten van de consumentenproducten die zij aanbieden. Daardoor weten zij mogelijk niet dat ze op de veiligheid moeten letten, waardoor zij eventueel onveilige consumentenproducten aanbieden en/of ze consumenten niet (kunnen) adviseren over veilig gebruik. Voor de consument betekent dit dat specifieke aandachtspunten ontbreken voor het gebruik van een consumentenproduct.

Internethandel

Het aandeel online-aankopen van consumentenproducten groeit nog steeds en de complexiteit van het productaanbod neemt toe. In Nederland winkelen circa 12 miljoen mensen online met een omzet van 8 miljard aan consumenten producten (2015). Dit is 19% van de totale omzet in Retail consumenten producten. Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2016. De verkoop van bijvoorbeeld speelgoed via webwinkels was in 2014 goed voor €150 miljoen. Bij internetaankopen van buiten de EU worden de consumentenproducten rechtstreeks aan de consument geleverd. Hierdoor vallen deze buiten het toezicht van de toezichthouder. Momenteel vindt 2/3 van de aankopen nog in de fysieke winkels plaats.

Fulfillment houses

In de EU verschijnen steeds meer voorraadmagazijnen (fulfillment houses) van buiten de EU gevestigde webshops om sneller internetbestellingen te kunnen afleveren. Dit heeft als voordeel dat de EU-toezichthouders toezicht kunnen houden op de geïmporteerde consumentenproducten, voordat deze naar de consument gaan.

Duurzame verpakkingen

Er is vraag naar duurzame verpakkingen. Hierin wordt een groei verwacht van 20 tot 30% in 2020. Bij deze nieuwe ontwikkeling is aandacht voor de veiligheids- en gezondheidsaspecten belangrijk.